NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Didi is boos

Didi is boos! Heel erg boos! Als mama vraagt wat er is, brult ze als een tijger. Papa wil haar beetpakken, maar ze slaat wild om zich heen.

‘Jeetje doe toch eens normaal,’ zegt Sanne, haar grote zus.

Didi wordt helemaal rood en haar mond gaat wijd open. Stampvoetend loopt ze de kamer uit en schreeuwt: ‘ik ga wel lekker naar boven toe!’

Papa en mama kijken elkaar aan en denken: oh jee het is weer zover.

Boven in haar kamertje kruipt Didi op haar buik onder het bed en slaat met haar vuisten op de grond. Ze sluit haar ogen en ineens zijn ze er weer. Altijd als ze boos is en onder het bed gaat liggen, komen ze nieuwsgierig kijken wie er zoveel lawaai maakt boven hun hoofd. De twee kabouters kijken elkaar aan en denken: oh jee het is weer zover. Wat zullen ze nu eens verzinnen om dit driftige dametje weer te laten lachen. Kabouter Pien vraag wat er is, maar Didi brult als een tijger. Kabouter Joep springt bovenop haar om haar te kietelen, maar Didi slaat wild om zich heen.

‘Ga weg jullie, ik ben boos, heel erg boos!’ schreeuwt ze. Nu gaan ze haar natuurlijk vragen wat er aan de hand is, maar ze gaat het lekker niet vertellen. Die kabouters moeten niet denken dat ze haar zo maar aan het lachen kunnen maken.

Pien en Joep kruipen fluisterend in een hoekje bij elkaar en Didi gluurt stiekem naar ze, tussen haar lange wimpers door. Waar zouden ze het over hebben, die twee kabouters, waarom zeggen ze niets tegen haar? Langzaam kruipt ze op haar buik dichter naar Pien en Joep toe en probeert te verstaan wat ze zeggen. Ineens rennen de kabouters weg en ze verdwijnen naar beneden door het luik waarlangs ze omhoog gekomen zijn. Didi kijkt nieuwsgierig naar beneden door het gat in de vloer. Het luik is niet groot, maar als ze zich heel klein maakt dan kan ze er misschien wel doorkruipen. Even denkt ze dat ze vast zit, maar nee, het lukt toch.

Didi kijkt verbaasd om zich heen. Achter een boom in de verte ziet ze nog net het rode rokje van Pien wegschieten. Didi vergeet helemaal om boos te zijn en begint achter de kabouters aan te rennen.

‘Hé stop nou, niet zo hard, waar zijn jullie nou?’ roept ze al hijgend. Plotseling ziet ze boven zich in de lucht de kabouters wegvliegen op een grote witte gans. Ze zwaaien naar haar en zingen in koor:

 

Didi, Didi, wees niet boos

Stamp niet met je voeten en brul niet meer

Geef papa en mama deze roos

Tot de volgende keer maar weer

 

Didi blijft Pien en Joep, die op de gans wegvliegen, nakijken tot ze nog maar een klein stipje zijn. Ze raapt de roos op die aan haar voeten ligt en kruipt zuchtend door het gat terug naar haar kamertje. Beneden springt ze bij mama op schoot en vertelt opgewonden over het avontuur dat ze beleefd heeft met de kabouters. Uitgeput kruipt ze daarna lekker tegen mama aan valt in slaap. Sanne haalt haar schouders op en zegt, ‘ja hoor, die heeft ook altijd wat.’

Papa staart verbaasd naar de mooie rode roos in de hand van zijn slapende dochter.