NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Je kan de boom in!

'Hou toch eens een keer je snavel dicht mens. Ik word stapelgek van je.'

'Ach jij altijd. Zeur toch niet zo. Laat me gewoon.'

'Bekijk het maar jij, ik ben het zat. Je kan de boom in.'

Sam kroop nog iets dieper onder haar dekbed. Haar hand tastte naar de kussens aan de zijkant van haar prinsessenbed. Het ene na het ander kussen legde ze op haar hoofd. De ruimte om te ademen werd steeds kleiner. In haar eigen wereldje hoorde ze haar papa en mama niet meer.

 

Ze zag haar moeder in de boom zitten. Zich angstig vasthoudend aan de takken. Haar lange blonde haren wapperden, streken langs haar betraande wangen. Hou vol mama ik kom eraan. In haar roze pyjamaatje met witte schaapjes sloop Sam zachtjes naar buiten. Ze had geen zin om nu haar boze papa tegen het lijf te lopen. Het was buiten kouder dan ze verwacht had. Rillend zette ze voetje voor voetje in het vochtige gras.

 

Even bleef ze verstijfd stilstaan toen ze een vreemd geluid hoorde. Er streek iets zachts langs haar wang. Haar ogen, inmiddels gewend aan de duisternis, konden een witte vorm onderscheiden.

'Prinses Sam, ik ben hier om je te helpen. Klim maar op mijn rug. Als je je goed vasthoudt kan er niets gebeuren. Ik help je de boom in.'

Ze had geen tijd te verliezen, dus ze klom op de rug van de grote zwaan en sloeg haar armen voorzichtig om de smalle hals.

'Het is goed hoor kind, ik kan wel tegen een stootje. Trek je benen omhoog anders kan ik niet vliegen. Daar gaan we!'

Half verborgen in de zachte donsveren van de zwaan voelde ze de kou niet meer. De zwaan rook heerlijk naar zoete melk en marshmallows.

'We zijn bij de wensboom kind. Stap voorzichtig af. Als je je voet op die grote tak zet kan je verder naar boven klimmen. De maan helpt je.'

 

Sam klauterde naar boven. Haar moeder was nergens te bekennen. Bovenin de boom stond een roze huisje. Ze klom naar binnen en ging op de zachte kussens liggen, genietend van de stilte om haar heen.