NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Mijnheer Reus

"Mama, waarom ben ik niet net zo groot als jij?' vraagt Sam.

'Waarom zou je dat willen schatje? Blijf voorlopig nog maar even mijn kleine mannetje,' lacht mama. Boos kijkt Sam haar aan. Klein zijn is stom, hij wil mama's grote man zijn. Kon hij maar toveren dan zou hij groeien en groeien, net zo lang tot hij reuze groot is en alles kan doen wat hij maar wil. Met mama trouwen, of in de auto rijden, of een vliegtuig besturen. Alles kan, als je maar groot bent.

 

Sam gaat naar zijn kamer en kruipt onder het bed. Dat is zijn veilige plekje waar hij grote mensen avonturen kan beleven. Met zijn knuffel in zijn armen sluit hij zijn ogen en wacht tot mijnheer Reus hem komt halen. Mijnheer Reus heet eigenlijk Piet, maar Sam vindt het leuker om hem mijnheer Reus te noemen. Piet is een naam voor gewone mensen en zijn reus is niet gewoon. Zijn reus is enorm groot. Sam is even groot als zijn pink. Ja nu nog wel, straks is hij groot en dan is hij zo lang als de hele hand. Reus behandelt hem in ieder geval nooit als een klein kind, maar als een grote vriend.

 

'Sam, schiet eens op, wat lig je te dromen! Ik wacht al de hele tijd op je', bromt Reus. Sam schrikt overeind en stoot zijn hoofd tegen het bed. Snel kruipt hij eronder vandaan en klimt in de uitgestoken hand van Reus. De eerste keer dat hij dat deed was best eng. Reus zou hem zo fijn kunnen knijpen als een klein spinnetje. Dat doet hij natuurlijk niet, want Reus is de liefste grote man van de aarde, van de maan en van de zon.

 

'Wat gaat we doen vandaag, Sam, grote vriend van me?' vraagt Reus lachend. Wanneer Reus lacht, dan begint zijn grote lijf te schudden en lijkt het net of Sam in een schommelboot zit. Hij houdt zich goed vast aan de duim van Reus die als een mast omhoog steekt. Mijnheer Reus brengt zijn hand vlakbij zijn oor en wacht op antwoord van Sam. Opgewonden roept hij in het oor van Reus dat hij vandaag parachute wil springen.

'Ho, ho, rustig maar, ik ben niet doof!' bromt Reus en hij laat zijn hand zin zo'n vaart zakken dat het lijkt of het parachute springen al begonnen is.

'Uw wens is mijn bevel!' zegt Mijnheer Reus vrolijk. Sam vindt het geweldig dat zijn Reus hem niet te klein vindt om parachute te springen. Hij zeurt nooit, maar doet altijd wat Sam wil. Daarvan kan hij toch zo blij worden!

 

Uit zijn broekzak tovert mijnheer Reus een rode parachute tevoorschijn en fluit daarna op zijn vingers. UIt ale hoeken komen kleine kaboutertjes vandaan. Ze zijn niet groter dan de nagel van de pink van Reus. Allemaal dragen ze een groen jasje en een geel met zwart gestippeld mutsje. Ze klimmen langs de benen van mijnheer Reus omhoog en schieten Sam te hulp. Hun kleine vingertjes knopen de parachute op zijn rug en zetten hem een helm op. Daarna glijden ze weer naar beneden alsof de benen van Mijnheer Reus een grote glijbaan zijn. Als Sam roept dat hij klaar is voor de sprong, tilt Reus zijn hand omhoog. Op weg naar de bovenkant van zijn hoofd geeft hij Sam een knipoog en zet hem in zijn haar. Sam houdt zich stevig vast aan de rode, stugge haarsprieten van mijnheer Reus en gluurt er voorzichtig tussendoor naar beneden.

 

Durft hij de sprong te maken? Wat gebeurt er als zijn parachute niet open gaat? Hij wil wel groot zijn, maar dit is toch wel heel eng. Mama is beneden, die kan hem nu niet helpen.

'Reus, je vangt me toch wel op als er iets niet goed gaat hè?' vraagt Sam met een klein bang stemmetje. Oh jee, hij heeft Reus weer aan het lachen gemaakt en daardoor schudt hij zo erg met zijn hoofd, dat Sam zijn evenwicht verliest en voorover duikelt de diepte in. Waar zit het touwtje van zijn parachute? In paniek grijpt Sam met beide handen om zich heen. Gelukkig krijgt hij het touwtje te pakken en voelt de parachute openschieten. Opgelucht kijkt Sam omhoog naar de enorme rode paraplu boven zijn hoofd.

"Sam, wat zit je te dromen,' hoort hij zijn moeder ineens zeggen.

'We zijn thuis. Klap je paraplu in, binnen is het droog hoor schat!'