NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

‘Hallo meisje, hoe heet jij?’ vraagt Mieke aan het nieuwe kindje op de Peuterspeelzaal.

‘Mijn naam is Sneeuwwitje’, zegt het kleine meisje met de grote bruine ogen en mooie vlechtjes heel serieus. De juf probeert niet in de lach te schieten.

‘Oh wat een mooie naam, maar heb je ook nog een ander naam?’ vraagt juf Mieke.

‘Ja, Pocahontas.’

Mama is niet verbaasd als ze aan het einde van de ochtend Selvi op komt halen en het verhaal van juf hoort. Mieke begint te lachen terwijl ze aan het vertellen is.

‘Tja,’ zegt mama tegen Mieke, ‘zo gaat het altijd thuis, ik weet nooit wie mijn lieve dochter vandaag is. Ik hoef haar in ieder geval geen Selvi te noemen. Terwijl dat kind toch een mooie naam heeft!

Elke dag houdt Selvi koppig vol. ‘Nee, ik heet geen Selvi, ik heet …’ en dan volgt er steeds een andere naam van een prinses of ander beroemd meisje waar ze op dat moment helemaal gek op is.

 

 

Selvi ligt onderuitgezakt in de kussens van de bank naar haar favoriete Disneyfilm op televisie te kijken. Zoals altijd gaat al haar aandacht helemaal naar de film. Ze zou het niet merken als er opeens een paard in de kamer zou staan. Nou ja, misschien nog net als het wit zou zijn met een knappe prins erop. Het gebeurt vaak dat Selvi ineens mee gaat spelen in de film waar ze naar kijkt. De eerst keer dat dit gebeurde was ze bang geweest, maar nu vindt ze het elke keer heel spannend. Ergens in de film komt er een moment dat iemand zijn hand naar haar uitsteekt en haar in de film trekt. Natuurlijk wil ze dan het liefst de hoofdrol hebben want dat zijn meestal de mooie prinsessen die spannende avonturen beleven.

 

Gespannen staart Selvi naar het scherm om het moment van de hand niet te missen. Oef, gelukkig net op tijd. Dit keer is het geen hand, maar een beer die zin grote klauwen voor haar spreidt en vriendelijk wenkt dat ze erin moet springen. Best eng maar het lukt!

‘Spring maar op mijn rug, dame,’ gromt de beer.

‘Waar had u vandaag heengebracht willen worden?’

Selvi gaat op de rug van de beer liggen en slaat haar armen stevig om zijn hals. Nooit geweten dat beren zo lekker ruiken. Het lijkt wel de geur van pannenkoeken met stroop. Ze trekt een diepe rimpel in haar mooie voorhoofd als ze nadenkt wat ze beer moet antwoorden.

‘Wat een domme vraag van me, naar het paleis natuurlijk!’ zegt beer voordat ze ook maar iets kan zeggen.

‘Houd je goed vast. Daar gaan we, prinses Selvi!’

Het gaat heel hard. De bomen en stuiken flitsen voorbij. Steeds hoger rent beer de heuvel op. Plotseling duikt er voor hen een prachtig gebouw op met gouden torentjes en gekleurde ramen. Van verbazing laat Selvi beer bijna los en zakt half naar links. Door een kuil in de weg wordt ze vanzelf weer recht op de beer geslingerd. Haar handjes grijpen de vacht van beer extra stevig vast.

‘We zijn er prinses Selvi. Afstappen maar, dan draag ik u over aan mijnheer Konijn die u in uw jurk zal helpen.’ zegt beer.

Selvi heeft moeite om niet in de lach te schieten als ze mijnheer Konijn tevoorschijn ziet springen. Hij heeft een soort harempak aan, een grote paarse strik om zijn nek en een gek hoedje met bloemen op zijn kop. Zijn grote oren steken door twee gaten heen. Als konijn begint te praten kan ze zich niet meer goed houden. Het hoge rare stemmetje van mijnheer Konijn blijft vriendelijk doorpraten ook als Selvi een giechelbui krijgt. Kijkt hij nou ook nog scheel achter dat rare brilletje of verbeeldt ze zich dat? Mijnheer Konijn tovert de ene na de andere mooie jurk tevoorschijn. Oh ja, die en die en die. Wat moet ze nou kiezen? De een is nog mooier dan de ander. Ze wil ze allemaal hebben, maar zou dat wel passen in haar kast?

 

‘Selvi we gaan eten, doe je de film uit, schat,’ roept mama terwijl ze zich omdraait naar de bank. Van schrik laat ze een bord uit haar handen vallen en staart naar haar mooie lieve dochtertje in de schitterende prinsessenjurk.

‘Ik ben even naar de winkel om een gouden bordje te kopen,’ zucht mama.

‘Doe er ook één voor de prins mammie,’ zegt Selvi dromerig.

‘Nee hè, ook dat nog!’ zegt mama terwijl ze haar jas aandoet.

 

Wie ben ik vandaag?