NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Korte verhalen van 120 woorden

Schaduwkant

Haar vingers verliezen hun grip op het medicijnflesje. Het bruine glas verspreidt zich na contact met de grote vierkante terrastegel in alle richtingen. De enige andere beweging komt van een opvliegende merel. De zon verwarmt de linkerkant van de jonge vrouw op het tuinbed en zet iedere centimeter meedogenloos in het licht. De witte huid vertelt een eigen verhaal. Het rode litteken loopt als een levenslijn van de handpalm omhoog om te verdwijnen in de opgerolde mouw van de blouse. Aan de schaduwkant plakt de natte stof aan haar lichaam.

Een lange gestalte komt langzaam dichterbij, buigt naar voren en drukt zijn lippen tegen de warme kant van haar hals. Ze ligt bewegingsloos.

‘Wakker worden lief, het eten is klaar.’

Verloren

Later wist ze niet meer waar ze het verloren had. Was het de plek waar ze was blijven staan? In de meander waar het uitzicht over het water haar adem even met zich meenam. De ijzige lucht plakte haar neushaartjes samen. Met gekromde wollen handen waaierde ze nieuwe warme ademwolken in haar gezicht. Tussen haar gespreide vingers zag ze zonnestralen druppels water verlichten. Een verlate vogel nam op weg naar de warmte een eendagsvlinder onder haar vleugels mee. ‘Wacht op mij’, luidde haar onuitgesproken wens.

 

Op eigen kracht weer vooruitgegaan. Rennend over het jaagpad, geen tijd meer verloren, heeft ze niet verder gekeken dan één pas vooruit. Passie bracht haar lichaam nieuwe warmte. Ergens onderweg liet ze het verleden vallen.

 

 

Koffie verkeerd

 

‘Waar blijft mijn koffie? Je weet toch dat ik niet te lang wil wachten na het eten,’ klonk het nors van achter de krant.

 

Ze slofte naar de keuken zonder in zijn richting te kijken. Zou ze er iets in doen? In het bovenste keukenkastje, waar ze alleen bij kon balancerend op haar tenen op het huishoudtrapje, achter de stapel borden van oma’s zondagse servies, daar lag het. Het idee kalmeerde haar. Dat er een uitweg was als ze het echt niet meer zag zitten. De medicijnman had haar verzekerd dat één theelepeltje voldoende was en geen sporen zou achterlaten in het lichaam.

 

Ze zette zijn koffie naast hem neer en trok zich terug in de slaapkamer met haar stuiversromannetje.

Galgenmaal

 

Het vocht bleef uit haar ogen in de glazen schaal druppelen. Ongecontroleerd roerde ze de ingrediënten van de marinade door elkaar. Zout hoefde er niet meer bij. Het vlees dat ze vorige week in blinde paniek had ingevroren, lag ontdooid in kleine stukjes op de houten snijplank.

 

‘Wat heb je weer heerlijk gekookt, schatje. Bijzonder recept, dat vlees. Neem je zelf niet?’

‘Nee, ik voel me niet zo lekker.’

‘Nou kruip er maar vroeg in dan, ik heb nog een vergadering vanavond.’

 

Haar man zou snel weer terugkomen van zijn vaste smoezenavond nu haar beste vriendin de deur niet meer open zou doen. Ongemerkt had hij haar afscheid reeds met smaak geconsumeerd. Zijzelf had het zware werk gedaan, zoals altijd.

Gouden vloeistof

De paradijsvogels verlaten achter elkaar het thuishonk. De eindeloze slinger bontgekleurde veren verhindert de zon enige tijd haar licht op aarde te laten schijnen. Iedere vogel weet moeiteloos de juiste bestemming te vinden om aan de gezamenlijke missie te beginnen. Onontgonnen gebied waar de heersers van de aarde hun bezittingsdrang nog niet hebben doen gelden en de natuur nog in prille schoonheid ademt. Een enkele vogel krijgt heimwee en vliegt terug.

 

De rest begint langzaam het leefgebied van de mensen te verkennen en verspreidt de gouden vloeistof over grote afstanden. Menig kind geniet van de gekleurde vliegers tussen de wolken. De volwassenen hebben meer tijd nodig om de gebrachte verandering te zien en voelen. De vogels zijn geoefend in geduld.

Stappenteller

Dag wereld, hier ben ik, mijn plaats gereserveerd.

Dag wereld, hier was ik, mijn plaats geannuleerd.

 

‘Wij zusters kennen geen pensioen, wij helpen tot de Heer ons terugroept.’

De missiepost, ver weggestopt in de jungle, telt een vast aantal bewoners. Natuurlijk verloop wordt aangevuld met nieuw bloed. Leeftijden zijn lastig in te schatten.

 

In de beschikbare kinderbedjes liggen nooit meer of minder dan vijftig wezen. Zuster Godeliva regeert met ijzeren discipline het ‘rust, reinheid en regelmaat’ credo. Over de weesjes die niet het geluk hebben een bed te bemachtigen wordt nooit gesproken, laat staan nagedacht. Alles staat in het teken van de vijftig kinderzieltjes van de dag van vandaag.

 

Geeft de stappenteller van het leven ooit een gelijke eindstand weer?

Die nacht beroerden honderden kleine tintelingen haar huid. Ze lag naakt onder een doorzichtige doek. Gisteren was ze op haar bestemming aangekomen. De warmte van de zon zat nog in haar lichaam. Haar dromen reisden alvast verder. Onrustig maar doelgericht. Tussen haar halfgesloten oogleden zag ze een invasie van kleine zwarte beestjes haar lichaam verkennen.

Roerloos bleef ze liggen en genoot van een nieuwe sensatie. De angst die haar verlamde vermengd met het genot van de vederlichte aanraking. Wat wilden ze van haar? Ze richtte haar aandacht op haar ademhaling en probeerde alle openingen in haar lichaam gesloten te houden. Wanneer het leger haar binnenkant zou betreden dan was ze verloren. Ze ontspande en wachtte tot het voorbij zou zijn.

Overgenomen

 

Over en uit

 

‘Moet ik het voor je spellen? Eduard, Xantippe. Het is over, koe! Ik moet je niet meer.’

 

Dat was het moment waarop ze het laatste restje waardigheid in haar ooghoek zag wegvliegen. Ze deed geen moeite meer om het nog te vangen, maar stortte zich met haar volle gewicht bovenop de boodschapper van de woorden die ze niet wilde horen. Elke kilo troostvoedsel die ze al maandenlang tot zich nam, werkte in haar voordeel.

 

Uitgeput zakte ze naar voren, toen er geen geluid meer uit zijn mooie mond kwam. Zijn natte kleverige wang voelde troostend warm aan. Ze ving een rood stroompje op met haar tong. Omklemde het vertrouwde lichaam als een drenkeling.

 

‘Blijf bij me. Ik heb je nodig.’

De taxichauffeur

 

´Riek jij of riek iek?’ Murat keek haar vragend aan met zijn smalle gebruinde hand op het portier van haar Panda.

Afwezig verbeterde Sandra hem.

‘Rij jij maar. Jij was taxichauffeur.’

 

De pijn in zijn ogen ontging haar. Sinds het afronden van haar studie psychologie had ze nog geen werk kunnen vinden. Om toch met mensen te werken begeleidde ze asielzoekers.

‘Sandra, jij hou van mij?’ vroeg Murat, terwijl hij de auto met één hand door het verkeer manoeuvreerde.

‘Het is, houd je van mij?, Murat.´

 

Met piepende banden schoof Murat het autootje in een klein gaatje langs de weg.

‘Jij maak mij heel blij. Ik jouw taxichauffeur. Ik riek jou overal heen, mijn mooie blonde vrouw. Wij morgen trouwen.’

Alleen

Jouw liefde in een notendop

gespaard en zorgvuldig bewaard

soms til ik het dekseltje op

 

‘Mama wil je met me spelen?’

Saartje kleedt alle poppen zorgvuldig aan en zet ze op een rij. Hand in hand en rug tegen de muur, met hun allermooiste haren. Ingespannen knoopt ze de lappen stof uit mama’s poetsmand aan elkaar en wikkelt de stofslinger zo stevig mogelijk om de grote pop. Als het klaar is zet ze de moederpop aan het begin van de poppenrij. Samen zingen ze een liedje.

 

Ze heeft moeder niet horen binnenkomen. De buikpijn is er ineens weer. Saartje haalt diep adem en kijkt omhoog.

De grote pop ligt in twee rukken naakt voor haar voeten.

‘Ruim je rommel op!’

De Graanoogst

Het onvermijdelijke komt met de snelheid van de zilveren vogel dichterbij. Nu nog hoog in de lucht, terug naar haar wortels waar ze hard van is weggerend. Het landschap komt in zicht als een quiltdeken waarin de laatste hand wordt gelegd aan de details. Het oogstrijpe graan zal de lapjes snel een ander gezicht geven.

 

De laatste graanoogst voor haar vertrek. De harde handen van haar vader die het gezin tot spoed maanden; het eerste graan bracht het meest op. Ze trouwde met de enige jongen die haar wilde hebben en verliet hem vrijwel meteen. De kortste route naar de vrijheid.

 

De man in de kist past niet in haar herinneringen. Haar moeder gebruikt nog steeds dezelfde au de cologne.

Het landschap was op dit gedeelte van de route een aaneenschakeling van glooiende groene velden. De weg slingerde zich voor zijn auto uit tot aan de horizon. Hij zoog de frisse lucht op die door het geopende raampje binnenstroomde. Zoete mijmeringen over de morgen te bereiken eindbestemming vulden zijn hoofd. De man van het weerbericht voorspelde niets dan goeds en dat ontketende een ongekend geluksvirus in zijn lichaam. Morgen was de grote dag en het leven was voor het eerst in lange tijd perfect.

 

Hij merkte de donkere wolk pas op toen hij erin reed en zijn zicht volledig belemmerd werd door het legioen luid zoemende insecten. De steken verdoofden hem tot hij het witte licht bereikt had.

De grote dag

De Boshut

 

Een slanke zonnestraal drong via een kier in het dak de hut binnen en nestelde zich in de haren van het meisje op het smalle bed.

 

De grote man had geen oog voor de stralende schoonheid, maar volgde de boosheid in zijn lichaam die zijn gedachten al zo lang vergiftigde.

 

‘Waar blijft mijn ontbijt. Schiet op, anders ruil ik je in voor een ander.’

 

Ze had geleerd om elk moment het beeld van de zonovergoten bloemenvallei op te roepen. Dat was haar ontsnapping uit de hel. Haar kindertijd was geëindigd op de dag dat ze de grote man in het bos had gezien. De wind ving haar mantel toen ze de deur opende om hout te sprokkelen voor het ontbijt.

Op grote hoogte

 

Ze zaten boven op de schutting. Haar lange haar kriebelde tegen de huid van zijn blote arm die hij stevig om haar middel klemde.

 

‘Hou me goed vast, Bastiaan. Ik geloof dat ik een beetje hoogtevrees heb,’ giebelde het kleine wezentje.

‘Jij wilde dit, Bianca, wie A zegt moet B zeggen.’

 

Hij zou zijn leven geven voor deze heerlijke vrouw, maar van grote hoogte zag de wereld er gevaarlijk uit.

 

‘Weet jij wat het volgende punt was op onze bucketlist?’ De adrenaline leek Bianca vleugels te geven.

‘Eh, was dat niet zo snel mogelijk naar de overkant op een kruispunt in de avondspits?’

 

Op Bastiaans scherpe fluit kwam de zwarte kraai weer aanvliegen die hen naar de volgende bestemming bracht.

Eerlijkheid duurt het langst

 

‘Het gaat me aan het hart, maar ik moet dit onderwerp toch echt aanslingeren nu.’

In vijfenveertig hoofden begonnen de alarmbellen te rinkelen. Elk jaar werd er wel een of andere onfrisse gebeurtenis bijgeschreven in het collectieve geheugen van het personeel van ‘Uw zorg is onze zorg’. Het gezicht van Jef Grobers, de vaste spreekbuis van de directie, had echter nog nooit zo erg op ‘liegen’ gestaan als nu.

 

Op de bijeenkomst die avond, met spoed via de afdelingsapp georganiseerd, werd er gescholden, gehuild, geklaagd en getroost.

Mia de Bakker nam het heft in handen.

 

Jef Grobers staarde de volgende dag naar zijn lege scherm. De mail aan de directie waarin hij vijfenveertig ontslagverzoeken moest aankondigen, wilde niet erg vlotten.

Ze kiest de kleuren van de couponnetjes zorgvuldig uit. De waarheid moet nauwkeurig benaderd worden. Wat wol en kralen nog. Bij de kassa legt ze een doosje veelkleurige speldenkoppen bovenop de al bonte stapel.

 

Dagenlang zoemt de naaimachine in verschillende toonhoogten tot de familie klaar is. De poppetjes zijn zo echt geworden dat ze het bloed door haar aderen voelt stromen als ze ze een voor een door haar handen laat gaan. Ze wil alleen maar slapen nu.

 

Twee meisjes propt ze onder het poppenbedje. De moeder er naast. Het poppetje met de prille rondingen erin met de vader er bovenop. Zorgvuldig steekt ze de spelden in de rug van haar vader net zo lang tot het doosje leeg is.

Familieopstelling

Heropvoeding

De donkere gedaante roerde kort door de rode substantie in de emmer, voordat hij met twee halen kruislings de voordeur markeerde. Voor het ochtendgloren werd het nieuwe gebrandmerkte gezin van hun bedden gelicht en afgevoerd naar het heropvoedingskamp.

 

Dit ging nu al weken zo. Er waren gezinnen die ‘uitkijkers’ inhuurden om op tijd de benen te kunnen nemen. Daar niemand nog ‘heropgevoed’ was teruggekeerd, gingen er wilde speculaties door het kleine provinciestadje. Van ‘oplossing voor woningnood’ tot ‘het hersenspoelen middels chips’. Langs de hoge geluiddichte muren die het kampterrein hermetisch afsloten, piepte geen enkele aanwijzing naar buiten.

 

Het gezin Offermans was als eerste terug. De kinderen leken gegroeid, vader en moeder met een ruk aan hun halsband in bedwang houdend.

Reageer op een stukje:

Hand in eigen boezem

 

Ze legt het nagelborsteltje weg als ze beseft dat het haar eigen bloed is dat gemengd met waterdruppels door de afvoer wegstroomt. Met haar handen onder de oksels geklemd gluurt Lieve door een kier in de jaloezieën naar het stoepje bij de voordeur. Ze kan slechts gissen naar de volgende stap van Joke.

 

Na de eindeloze ochtenden dat ze door de zware deur aan een nieuw werkdag is begonnen, lijkt de deur voor Lieve s ’avonds om zes uur steeds lichter te worden. Tot vanavond, toen leek de deur vastgelijmd.

 

De coach zou dit vast niet bedoeld hebben met ‘voor jezelf opkomen’, maar voor het eerst in haar leven is ze trots. Het uitslaan van haar nagels is het begin.

De bestemming

Vlak voordat de ooievaar haar zwarte rok opschudt, in aanloop naar de afreis naar verre oorden, trekt het leger parasieten de zuignapjes van hun tentakels los van de verendeken. Ook voor hen gaat de reis beginnen. Dichterbij, maar eveneens van levensbelang. Vrijblijvendheid is dit leger vreemd. De missie is er al jong ingeprent.

Een voor een transformeren de kleine wezentjes van zwart naar groen zodra ze een zachte landing in het lange gras maken.

‘Onopvallend infiltreren en dan toeslaan’ luidt hun opdracht. Onverschrokken gaan ze in colonne op weg naar het einddoel.

 

Zodra een pasgeboren baby bereikt is en ze de juiste huidskleur aannemen, splitst een deel zich af op weg naar het volgende wiegje. Het liefdesleger vermenigvuldigt zich snel.