NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Ben je daar?

Hij is hier. Een koele luchtstroom veroorzaakt trillingen op haar naakte huid. Ze voelt hoe hij haar lichaam bedekt, maar haar handen op zijn billen grijpen mis en slaan neer tegen haar klamme bovenbenen.In tien langzame tellen verspreidt de pijn zich als venijnige speldenprikken van haar tenen naar de ruimte achter haar ogen.

 

Ze rolt zich op en legt haar hand op de zacht hellende bolling van haar buik, die zich als een ballon vult met vluchtig angstgas. Haar lange blonde haar glijdt in vettige slierten over haar wang naar het hoofdkussen. Ze durft het huis niet meer te verlaten. Wat als hij haar niet vindt en besluit om nooit meer terug te komen?

Ze gaat op de rand van het grote bed zitten, reikt naar de katoenen herensweater en laat hem over haar smalle schouders naar beneden glijden. Haar haren propt ze onder de capuchon die ze zo ver mogelijk over haar hoofd trekt. De geur van aftershave is nog niet volledig verdwenen. Ze blijft even naar het blauwe geknipper van haar telefoon op het nachtkastje kijken. Waar is de oplader gebleven? Het ding raakt steeds voller met onbeantwoorde berichten. Ze luistert alleen naar het laatste.

 

'Katja, met mama. Het is vandaag precies drie maanden. Je boodschappen staan weer voor de deur. Allemaal dingen die je graag eet. Je eet toch nog wel lieverd? Alsjeblieft laat iets van je horen.'

Ze praat in haar telefoon zonder terug te bellen.

'Mama, het is mijn angst. Ik moet dit alleen doen'

Haar trillende vingers kunnen het toestel niet langer omvatten. Ze kijkt naar het kapotte scherm zonder het te zien.

 

Haar blote voeten zijn zo koud dat ze moeite heeft om recht te lopen. Ze houdt zich even aan de klink van de voordeur vast voordat ze hem opent. Met haar laatste restje energie sleept ze de volle boodschappentassen naar haar keuken en laat zich vallen op de dikke kussens van het houten bankje onder het raam. Het uitzicht op de bloemen die ze zo zorgvuldig samen hebben uitgezocht en geplant biedt haar voor even troost.

'Kijk dan Rob, zie je hoe mooi onze hortensia's erbij staan.'

Ze legt haar wang tegen het glas en voelt haar oogleden langzaam zakken. Even rust, ze is zo moe.

 

Ze schrikt wakker van het geluid van de deurbel. Pas als het ophoudt propt ze gehaast de boodschappen in de koelkast. Het mag Rob aan niets ontbreken. Anders komt hij misschien niet meer.

'Mijn eten is jouw eten, schat. Pak maar. Ik heb geen honger.'

Ze weet niet of geesten ook eten. Wat ze zien, voelen, denken. Rob is weer helemaal mooi alsof iemand hem afgebroken heeft en opnieuw in elkaar heeft gezet. 's Nachts in haar dromen lukt het haar niet om zijn door het ongeluk verminkte gezicht en lichaam uit haar hoofd te krijgen. In de sluimermomenten als ze bezoek krijgt van zijn doorzichtige nieuwe versie is alles weer zoals het was.

 

Reageer op dit verhaal