NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

De andere Maria

De vaste klant

De vrouw

 

Door een kiertje in mijn gordijnen zie ik steeds meer mannen aansluiten in de rij voor mijn huis, ongedurig wachtend tot ik de blauwe deur open. Degenen die hun postuur mee hebben mengen zich halverwege. Mannen die mijn huis straks weer verlaten maken plaats voor nieuwe gegadigden, in een eindeloze variatie van soorten en maten. Bontgekleurd maar ook sober, zelfs een beetje armoedig. Het laatste geld bij elkaar geschraapt omdat de lust zwaarder telt dan de knorrende maag. Ik laat het gordijn los en haal de grendel van de deur. De dag is net begonnen en ik zit nog vol energie. Met de tijd heb ik geleerd om er zuinig mee om te gaan, alleen mijn lichaam te geven en mijn hart voor mezelf te houden.

 

Mijn vaste klant komt in het donker op late uren. De rij die als een vervellende slang de hele dag in vorm en lengte gevarieerd heeft, is dan al een paar uur verdwenen. Deze klant voor de nacht negeert het bordje ‘gesloten’ omdat hij weet dat hij welkom is. Ook hij heeft een drukke dag achter de rug en veel mensen geholpen, maar op zijn manier. Ik open mijn mantel voor hem en voeg onze lichamen samen in een intiem moment van rust. Zijn warmte vernieuwt mijn vermoeide lijf. Kort kus ik hem op de mond en duw hem dan plagend van me af. Als ik een paar stappen achteruit zet om water uit de bron te halen, blijf ik hem in zijn mooie ogen kijken. Ik heb genoeg geld om mijn geschilferde, bronskleurige kruik te vervangen, denk ik als ik langs de randen strijk, maar ik ben gehecht aan dit poreuze voorwerp. Het verzamelen van genoeg water om mijn speciale gast te wassen brengt me rust.

‘Ga maar liggen, ik weet dat je moe bent.’

Langzaam stroop ik de lagen kleding van hem af en leg ze in de hoek om later te wassen. Het lichaam voor me is anders dan alle mannenlichamen die ik in mijn leven onder ogen heb gekregen. Waarom dit lichaam nou juist zo anders is weet ik niet precies. De huid is zacht voor een mannenhuid, de kleur bijzonder. Het lijkt of er goudspikkels in zijn poriën glinsteren. Wanneer het vuil er afgewassen is met het verzamelde water uit mijn oude kruik en in geurende olie gedrenkte lappen dan geniet ik van de huid van deze bijzondere man. Verken ik zijn lichaam telkens opnieuw met mijn lappen en mond voordat ik me naast hem vlei in een langdurige omhelzing waarin alle indrukken van de dag worden uitgewist. Als een zuiverende regenbui spoelen alle resten van de mannen van vandaag met het grondwater mee de aarde in.

 

Vaak begrijp ik maar half waar hij het over heeft, deze mysterieuze bekende. Intuïtief voel ik dat alleen luisteren voldoende is, voor nu. Zijn gezelschap begint steeds meer te verworden tot een sensatie die ik bij niemand eerder ervaren heb. Mijn leven is tot nu toe verstrengeld met eenzaamheid en een gevoel nergens thuis te horen. Al die mannen uit de rij, die ik elke dag één voor één binnenlaat, geven me het gevoel dat ik in mijn lichaam ben, dat het een instrument is dat voor verbinding zorgt. Verbinding tussen hemel en aarde. Met liefde geef ik mijn lichaam ter bevrediging van andermans behoeften. Mijn eigen behoeften leken nooit belangrijk, tot nu. Nu deze heerlijke man elke nacht van mij is, als klant en niet als geliefde raak ik de bekende routine kwijt en voel ik me verloren. Alsof het leven niet meer van mij is. Op het moment dat ik naar zijn bezoeken uit begin te kijken weet ik dat er iets verschoven is in mijn ideeën over de bevrediging van mijn eigen behoeften. Dit is de eerste man die mijn vuur weet te vinden. Die blijft blazen tot het omhoog laait als een oogverblindend spektakel waarin ik samensmelt met dit bijzondere opperwezen en niet meer bij machte ben om op tijd water op het vuur te gooien.

‘Maria, weet je wel hoe mooi je bent?’

In het kaarslicht probeer ik zijn donkere ogen te peilen. Hoe zou het zijn als deze man een andere rol in mijn leven krijgt? Mijn eigen gevoelens kan ik nog wel ontkennen, ik weet dat ik sterk ben, maar wat als hij dezelfde gevoelens voor mij heeft? Ik voel de angst tussen ons in kruipen als een muur die geen liefde en warmte doorlaat. Een oude muur overwoekerd door onkruid.

 

De andere Maria

De vrouw

 

Hij is weg, mijn speciale minnaar, die ik ‘mijn redder’ noem, hoewel ik nog niet weet of ik wel gered wil worden. Het lukte me niet om op te staan. De angst om oude pijn onder ogen te zien is nog vele malen groter dan mijn behoefte om voor altijd onder de dekens te blijven liggen in een donker hol waar het daglicht niet bij kan. Vanuit mijn buik voel ik de pijn als een gedrocht naar boven kruipen. Weer vecht ik met het monster. Grom ik, schreeuw ik terwijl ik mijn klauwen in hem sla. Na een zinloze strijd rol ik mezelf op, met mijn knieën tot net onder mijn kin en lik mijn wonden. Zoals altijd verlies ik maar voel ik me na afloop opgelucht. Als ik de lakens wegsla test ik met mijn blote voeten de temperatuur van de lemen vloer. Een paar minuten tijd gun ik mezelf zo nog, om de koelte via mijn voeten omhoog te laten trekken naar mijn hoofd, mijn gloeiende wangen. De vlekken op de muren, die ondanks de bontgekleurde inrichting van mijn slaapvertrek niet aan mijn aandacht kunnen ontsnappen op momenten als deze, vertellen een eigen verhaal. Kleur houdt me levend. Elk nieuw bont voorwerp dat ik ergens vind, op een markt, in een klein winkeltje kan ik moeilijk weerstaan. Er zijn ook klanten die me al langer kennen en kleine prullaria voor me meenemen, als om me gunstig te stemmen of extra speciaal te zijn in mijn ogen. Ik koester elk voorwerp en neem de tijd om er even aandacht aan te besteden. Soms aai ik het kort of praat ertegen. Ze zijn me zo vertrouwd, stuk voor stuk hou ik van ze, de voorwerpen uit mijn verzameling. Vandaag neem ik een rustdag, schiet het ineens door mijn hoofd, een cadeau voor mezelf en ik schuif de extra grendels voor de deur.

 

Voor de spiegel kam ik de klitten uit mijn lange donkere haar. Het zware begin van de dag heb ik zojuist van me afgespoeld met behulp van mijn oude trouwe kruik. ‘Zal ik vannacht mijn hart een stukje verder openen?’ vraag ik aan de kruik alsof hij mijn beste vriend is. Mijn hart verder openen voor die ene, die man die me niet onberoerd weet te laten ondanks alle oefening. Tot nu toe heb ik altijd precies geweten hoe ik ze moet behandelen, de mannen, hoe ver ik ze laat komen en wanneer het moment komt om de deur te sluiten. De laatste weken dringen beelden over een ander leven door de kieren van de blauwe deurplanken mijn hoofd binnen. Een toekomst samen met één man, afscheid van al die anderen. Ik zie mijn ogen in de spiegel veranderen als ik aan zijn handen op mijn lichaam denk. Wat voor krachten draagt deze mooie man in zich? Hij bezit het vermogen mijn lichaam en ziel voor even op te lichten. Door een simpele aanraking weet hij me te vullen met hoop en verlangen. Is het dan toch mogelijk om het verleden achter me te laten? Gewoon mijn gekleurde spulletjes in een koffer doen en op weg gaan?

 

‘Maria, waarom heb je het huis niet opgeruimd?’

Snel schoof ze haar verzameling gevonden voorwerpen onder haar rok. Haar moeder sprak vandaag met haar slechte stem. Het meisje kromp in elkaar en begon te bidden, maar kon niet voorkomen dat ze aan haar arm omhoog werd getrokken. De klap raakte haar vol op de wang.

‘Nee, mama, nee, ik zal alles doen wat je wil. Niet doen, mama.’

Ze veegde haar wangen schoon met haar vieze mouw terwijl ze naar de voeten staarde die haar schatten dieper in het zand drukten totdat alle kleur uit de kamer verdwenen was.

Soms boden de mannen van haar moeder haar troost. Sommigen namen wat voor haar mee en spraken kort met haar voordat het hun beurt was om door het gordijn die andere wereld in te gaan.

Op haar goede dagen was moeder de allerliefste. Dan mocht Maria haar mooie haren borstelen en zongen ze samen liedjes die alles mogelijk maakten.

‘Maria, jij gaat een mooi leven krijgen, mijn meisje. Als ik genoeg geld heb dan gaan we weg. Dan doe je al je gekleurde schatten in onze koffer en gaan we naar een plek waar het alleen maar mooi is.’

Op die dagen was haar mooie moeder van haar en hoefde ze haar niet te delen met al die verschillende mannen die er geweest waren zolang Maria zich kon herinneren.

 

Er zijn eerder mannen geweest die me mee wilden nemen. Gouden bergen tekenden ze in het zand op de vloer, een hele nieuwe wereld als dat zou helpen. Op allerlei manieren heb ik me gewapend tegen deze verleidingen om mezelf te hoeden voor nieuwe teleurstellingen. Mijn hart is alleen van mij en daarom heb ik het lang geleden losgesneden van mijn lichaam. ’s Avonds wanneer de deur eindelijk dicht blijft haal ik het weer uit zijn doosje, mijn kostbare hart en mag het weer terug op zijn vertrouwde plaats. Dan word ik de andere Maria. Degene die compleet is, maar naast liefde ook de pijn weer kan voelen in een duivels dilemma.