NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

De donsdeken

Mijn plan is klaar, eindelijk. Nog één keer tel ik de pillen in het rode buisje, waarna ik het zorgvuldig wegstop in het zijvakje van mijn koffer. Bij een juiste dossering zal de dood snel toeslaan. Vlug typ ik mijn wachtwoord in en loop de bekende stappen nog een keer na op het scherm van mijn laptop. 'Ze zitten in je hoofd en zullen er echt niet meer uit gaan,' overtuig ik mezelf voordat ik op de ‘delete’ knop druk. Ik wil zo min mogelijk bewijs achterlaten. Het enige waar ik me zorgen over maak is dat mijn lichaam me in de steek laat. Aan de migraine die mij al wekenlang onafgebroken dwarsligt ben ik gewend geraakt. Wat me frustreert is dat ik de pijn in mijn hart niet kan negeren. ‘Hoer! Je verdient het leven niet.’ Woorden van haat die gaten hebben geboord in mijn hart. Gaten gevuld met spijkers en naalden. ‘Waarom kon je me niet gewoon met rust laten Aron?’

 

Snel kijk ik om me heen. Film de beelden van mijn geliefde flat. Van mijn favoriete stoel in de zon, voor het raam, tot aan mijn gezellige woonkeuken, waar ik met vrienden van zo veel heerlijke maaltijden heb genoten. Vreugde en pijn heb ik hier gevoeld. Vreugde tot aan die verschrikkelijke dag. Het moment is gekomen om voorgoed af te rekenen. Afscheid nemen en weggaan. In de gang trek ik mijn jas aan en kijk in de grote spiegel naast de kapstok. Mijn spiegelbeeld laat niets los over mijn gemoedstoestand. Een jonge knappe vrouw kijkt me uitdagend aan. Doen alsof er niets aan de hand is. Haar specialiteit. Tevreden knik ik even naar mezelf. Dat doe je goed. Geen twijfels meer. ‘Opschieten nu, voordat je lieve vriend besluit dat hij uitgeslapen is,’ zeg ik streng tegen mijn spiegelbeeld. Een kort klopje op de slaapkamerdeur. De deur laat ik dicht. ‘Tim schat, ik ben even weg.’ ‘Is goed tot zo,’ klinkt het slaperig. Het liefst zou ik nu mijn jas uittrekken en terugkruipen onder de warme donsdeken. In zijn veilige armen slapen, alleen maar slapen. Die lieve man in ons grote warme bed is zich van niets bewust. Hij maakt geen onderdeel uit van mijn plan. Ik wil niet dat hij gevaar loopt. Resoluut pak ik mijn koffer, steek kort mijn hand op naar mezelf in de spiegel en sluit zachtjes de voordeur.

 

Vrijdag 12 maart:

 

Stap 1 Evie bellen

 

Evie is een collega en was een vriendin. Ze wist niet hoe snel ze bij Aron in moest trekken toen ik bij hem wegging. Inmiddels is ze ook een illusie armer. Verder dan het verlaten van zijn huis is ze nog niet. Zakelijke korte mailtjes vormen de laatste tijd ons enige contact. Ik kan het niet meer opbrengen om haar recht in de ogen te kijken. Ogen waarin ik iets lees dat ik niet meer begrijp. Langzaam heb ik de afstand tussen ons steeds groter gemaakt. Ik pak mijn mobiel. ‘Hoi Evie’, met Daphne. ‘Ik heb je nooit iets gevraagd en zal het ook nooit meer doen.’ Na een korte uitleg, heb ik haar overtuigd. Ik hoor haar zenuwachtig lachen. ‘Ok ik doe het.’ Arons telefoon zal vanavond spoorloos verdwijnen. ‘Fijn weekend Daphne en tot maandag.’

 

Stap 2 Aron bellen

 

Dit is het moeilijkste telefoontje van mijn leven. Gespannen wacht ik op zijn bekende stem. Rode vlekken verspreiden zich langzaam vanuit mijn borst, via mijn hals naar mijn gezicht. Neem op alsjeblieft, je moet nu opnemen. ‘Aron met Daphne’, begin ik zelfverzekerder dan ik me voel. ‘Het gaat niet zo goed met me. Ik wil graag met je praten. Is het goed dat ik morgenochtend langs kom?’

 

Stap 3 Hotel boeken, verhaal opschrijven en morgenochtend mailen naar Evie

 

Evie als je dit leest hoop ik dat je verstandig bent en bij Aron weggaat. Hij heeft onze vriendschap stuk gemaakt. Laat het daarbij blijven. Ik wil dat je weet wat er werkelijk gebeurd is. Het was geen gewone overval.

 

Ineens stonden ze in mijn slaapkamer. Twee mannen, twee zwarte vlekken in het donker, identiteit onbekend. ‘Sta op trut!’ Mijn mond vult zich langzaam met bloed. Geschrokken slik ik het door en kom overeind. Beschermend bedek ik de voorkant van mijn pyjamajasje met mijn gekruiste armen. Voordat ik iets kan doen wordt één van mijn armen op mijn rug gedraaid. Wat willen ze van me? Wat voor waardevolle spullen kan ik ze geven? Angst verlamt langzaam mijn benen. ‘Wat willen jullie?’ Verbaasd luister ik naar het piepende geluid dat uit mijn keel komt. De andere man rent plotseling op me af en voordat ik besef wat er gebeurt voel ik een verschrikkelijke pijn in mijn borst. ‘Vuile hoer. Ik wil niets van je. Je verdient het leven niet’.

 

Evie ik heb me altijd afgevraagd waarom je me kort daarna belde. Was het toeval? Wist je dat je mijn leven kon redden? De lange weken in het ziekenhuis had ik zonder de liefde van Tim niet overleefd. Daarna heb ik het geprobeerd. Eindeloos geoefend om opnieuw onbezorgd te kunnen vliegen. Het lukt me niet meer. Mijn vleugels zijn te zwaar geworden.

 

Niemand weet dat ik mijn aanvaller herkend heb. Zelfs Tim denkt dat het onbekende indringers waren. Ik kan niet langer leven met dat geheim. Elke dag voel ik dat ik een stukje meer dood ga. Na het lastige leven met Aron, was daar Tim die me weer opnieuw leerde lachen en onbezorgd lief te hebben. Helaas was Arons jaloezie een dodelijk wapen. Met een verwoestende hamerslag sloeg hij mijn geluk stuk. Hij moet geweten hebben dat ik die nacht alleen was, dat Tim op zakenreis was.

Evie, het was Aron. Je moet me geloven.

 

Maandenlang heeft de angst als een wurgkoord om mijn nek gehangen. Aangifte doen is ondenkbaar. Hij weet dat ik hem herkend heb. Het was niet zijn bedoeling iets te zeggen. Zijn stem heeft hem verraden. Als ik aangifte doe dan maakt hij zijn werk af. Of neemt één van mijn dierbaren te grazen. Dat is onverteerbaar. Ik moet een risico nemen. Hij verdient straf. Met deze angst kan ik niet meer leven. Als ik klaar ben met mijn plan zal hij heel wat uit te leggen hebben.

 

Zaterdag 13 maart 9.00 uur:

 

Stap 4 Verstuur bericht en foto’s op Facebook vanaf een nieuw ‘anoniem’ account

 

Wekenlang heb ik aan de voorbereidingen van het account gewerkt. Een anoniem persoon tot leven wekken is makkelijker dan ik dacht. Wie wil er geen vrienden worden met een mooie interessante vrouw? ‘Kan er even niet meer opkomen waar ik haar van ken.’ ‘Een vriend meer of minder wat maakt het uit?’ Langzaam breidt het vriendennetwerk van Debby K. zich uit. Waren alle stappen maar zo makkelijk als deze. Nu begrijp ik wat er bedoeld wordt met wraak die zoet is. Zoet als suiker. Verslavend als suiker. De collectie belastende foto’s verlaat langzaam mijn telefoon om te worden gedeeld met de wereld. Voor jou Aron, met veel liefs van je hoer. Jouw vrienden zijn mijn vrienden. Tevreden kijk ik naar het resultaat dat Aron pas morgen zal zien. Als hij zijn telefoon weer teruggevonden heeft.

 

‘WAARSCHUWING’

 

Deze man lijkt onschuldig met zijn mooie bruine ogen. Maar…. Schijn bedriegt! Laat je niet verleiden. Hij is levensgevaarlijk! Stop deze praktijken nu voordat hij nog meer slachtoffers maakt en deel dit bericht. Dit is de gewelddadige dader van de poging tot roofmoord op Daphne B. in Amsterdam.

 

Stap 5 Neem de pillen in met een halve liter water, vlak voordat je aanbelt

 

De deur gaat open. Mijn lichaam verkrampt volledig maar ik dwing mezelf te lachen en normaal over te komen. ‘Neem me alsjeblieft terug. Ik ben zo dom geweest.’ Mijn grote koffer zet ik tussen ons in als een symbool van thuiskomen. Smekend blijf ik Aron aankijken. Honderd keer heb ik dit gerepeteerd. Het mag niet mislukken. Mijn lichaam en mijn verstand staan in de vluchtstand. De hele evolutie schreeuwt me toe ‘alarm’, ‘gevaar’, ‘wegrennen.’ Iets buiten mezelf staat me bij en zorgt dat ik kalm blijf als hij de deur achter me op slot doet. De ruimte om me heen is gevuld met een vreemde zurige lucht en als ik mijn schoenen uitdoe voel ik mijn panty aan de vloer plakken. Stapels vieze borden en glazen trekken mijn aandacht. Snel focus ik me op Aron. ‘Denk aan je plan, je bent er bijna,’ spreek ik mezelf streng toe. Zijn donkere blik neemt mijn controle over. Geen enkele emotie is waar te nemen in zijn gezicht. Mijn mond trilt maar ik blijf lief naar hem glimlachen. Ik open mezelf, stel me zo breekbaar mogelijk op, als een prooi die weet dat het een ongelijke strijd is. Vuile hoer of schatje. Het maakt geen verschil meer. Hij trekt me ruw naar zich toe. Een kwetsbare vlinder tussen de poten van een giftige spin. Toe maar, doe maar met me wat je wilt. Hardhandig beland ik op het bed.

 

Arons lichaam drukt zwaar op het litteken naast mijn hart. Ademen gaat niet meer vanzelf, het kost me steeds meer moeite. De beelden van mijn leven vullen mijn hoofd. Razendsnel verdringen ze elkaar. Totdat er alleen nog maar duisternis is. Het beeld blijft zwart. Vaag voel ik de zware last van me afglijden en luister ingespannen naar Arons laatste woorden. ‘Dat was lekker hè. Ga maar slapen schatje.’ Langzaam verandert het zwart in wit. Steeds witter wordt het beeld dat ik nu zie. Vlokje voor vlokje opgevuld met wit dons. Met mijn laatste krachten kijk ik naar dit bijzondere schouwspel. Rustig laat ik me bedekken door de witte donzen deken en kan me eindelijk ontspannen. Tot zover is mijn plan gelukt, op de rest heb ik geen invloed meer. Mijn laatste gedachten zijn voor Tim. Het spijt me lieverd. Het spijt me zo. Je zult inmiddels gek zijn van ongerustheid ‘Even weg’ is voor mij niet lang genoeg.