NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Eindbestemming

De voorwerpen trokken steeds sneller aan haar voorbij. Na drie keer, met lange tussenpozen, te hebben gevraagd of het iets langzamer kon, had Anne het opgegeven. Haar leven, haar enige bezit nog, was toch niet veel meer waard. Het beeld van een rondtollende Jonas in een auto die niet meer luisterde, amuseerde haar. Anne tilde haar hoofd van het trillende raam en bewoog het van links naar rechts om de pijn te verzachten. De aspirines die ze bij hun laatste snelle tussenstop in het toilet had doorgeslikt, hadden hun effect verloren. Ze trok de klep naar beneden om haar make-up te controleren. De mascara vormde een stippenpatroon onder haar vochtige ogen. Met haar wijsvinger probeerde ze de sporen te wissen. De neiging om ongegeneerd hard te gaan huilen drukte ze weg met het laatste restje energie dat nog ergens diep vanbinnen zat.

 

‘Jonas, schat, zullen we zo even stoppen,’ zei ze terwijl ze haar lange rode nagels tussen de scheur in zijn spijkerbroek schoof. Ze gluurde naar hem via het nog open spiegeltje en lachte even hees. Hij leek haar niet te horen. Het drukkende gevoel in haar borst herinnerde haar eraan dat de woeste aantrekkingskracht van haar vriend al lang niet meer vernieuwend was. Zijn mondhoeken hingen licht naar beneden en de spieren in zijn bovenbeen reageerden niet op haar strelende vingers. Waar was ze bang voor?

‘Fijn dat je nog iets zinnigs kan zeggen vandaag, ik probeerde die vrouw van de navigatie al naast me te fantaseren,’ antwoorde Jonas terwijl hij zijn hand onder haar rokje duwde. Zijn ruw friemelende vingers maakten haar misselijk, maar ze dwong zichzelf te lachen om zijn grap.

 

De koffie bij het wegrestaurant smaakte beter dan ze verwacht had. Het hete vocht brandde haar tong toen ze een te grote slok nam. Snel nam ze een hap uit het broodje kaas. Jonas praatte onafgebroken, maar ze probeerde zich te concentreren op het geluid van het voedsel tussen haar malende kiezen, terwijl ze de etensresten van het vettige zwarte tafelblad boende met haar servetje. Jonas ogen veranderden telkens van kleur tijdens het gesprek. Een verschijnsel dat haar nog steeds fascineerde. Een leugendetector was aan Jonas niet besteed, aan de grootte van zijn pupillen kon ze zijn maar ook haar eigen waarheid afleiden.

'Eet je dat broodje niet?' onderbrak Anne hem. 'Je kunt beter zorgen dat je wat binnenkrijgt. Het is nog ver.' Ze tikte drie keer kort op de bovenkant van het hardplastic folie van het broodje zalmsalade.

'Ik ga vast naar buiten, even roken. Zie je zo.'

Anne keek hoe Jonas aan de kassa betaalde, zoals altijd met een te groot bankbiljet uit de dikke stapel in zijn rechterkontzak. Aan de lippen van het jonge meisje achter de kassa kon ze de vraag aflezen of hij het niet kleiner had. Ze trok het folie naar zich toe en schoof het broodje iets omhoog voordat ze eraan rook, de tomaat er vanaf plukte en een grote hap nam. Ze had twee sigaretten de tijd.

 

Anne schoof haar voeten weer in haar pumps, pakte haar leren jasje van de rugleuning van de hoge stoel en liet het over haar arm rusten. Terwijl ze naar het meisje achter de kassa liep trok ze haar spijkerrokje naar beneden.

'Die man die net betaalde met dat grote bankbiljet. Wat vond je van hem?'

Zonder antwoord af te wachten liep ze door naar buiten en overzag in één blik het parkeerterrein voor de vrachtwagens. Op goed geluk opende ze het portier van de eerste truck en vroeg in haar beste schoolfrans of de rit langs Parijs zou gaan. Ze streek een lange blonde lok achter haar oor, stapte met haar rechterbeen alvast omhoog en bleef verwachtingsvol opkijken naar de donkere chauffeur.