NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Nederland

 

Familie Akgül. Voordat ze op de bel drukt kijkt Selma enkele momenten naar het bekende naamplaatje onder huisnummer 6. Met beide handen strijkt ze haar krullen glad langs haar hoofd en draait een lage knot die ze in bedwang houdt met het elastiekje om haar pols. Ze trekt haar roodleren jack wat strakker om haar smalle schouders. Er lijkt niets veranderd in de vier jaar dat ze hier niet meer geweest is. De rozen in het kleine tuintje staan hun geur in vlagen aan de lucht af. De houten bank onder het raam wordt nog voor een gedeelte door de zon belicht. De witte verf op de zitting is bijna verdwenen. Moe van de lange reis leunt ze tegen de schutting, trekt haar dochter tegen zich aan en laat haar rusten tegen haar benen. Met stijve vingers trekt ze de dikke vlechten op Dunya's rug naar beneden en knijpt haar licht in de schouders. Er komt nog geen beweging in de massieve voordeur. Selma duwt zichzelf een stukje omhoog tegen de schutting, gaat op de punten van haar zwarte laarsjes staan en gluurt door de dichte vitrage. Haar moeder is altijd thuis. Ze knijpt haar lippen op elkaar, maar ontspant ze weer. Mesut heeft een hekel aan haar zenuwtrekjes.

 

Dan door een kiertje in de deur, ‘ja wie is daar?’ verschijnt schuchter het vertrouwde gezicht van haar moeder. De deur zwaait open en de vrouw erachter lijkt een paar centimeter te groeien.

‘Selma, wat doe jij nou hier? Dunya, kindje, wat ben je groot geworden. Kom gauw binnen, wat een verassing. Waar is Mesut? Is hij nog in Turkije? Papa, kijk eens wie hier zijn!’

‘Wat,’ klinkt het kort uit de woonkamer.

‘Kom snel, onze dochter is er!’

Selma laat haar dochter achter in de omhelzing van oma, schopt snel haar laarsjes onder het schoenenrek en loopt op haar sokken door naar de huiskamer. Een warme stroom lucht trekt langs haar wangen als ze naar de grote hoekbank loopt waaruit haar vader half omhoog is gekomen.

'Dag, papa.' Ze duikt in de uitgestoken armen en snuift zijn vertrouwde geur van zeep en tabak op als ze haar hoofd tegen zijn borst legt. Zijn mouwloze vest kriebelt tegen haar wang. Haar vader is lang en tilt haar een stukje van de grond om haar beide wangen te kussen. Over zijn schouder ziet ze de bekende serie waar haar vader naar kijkt. Ze kan zich niet herinneren dat de grote televisie lang op een zwart scherm stond. Altijd was er een stukje Turkije dat niet gemist kon worden. Selma stapt naar achteren en kijkt haar vader in de ogen.

'Heb je een andere bril papa? Je ziet er anders uit.' zegt Selma terwijl ze haar vaders hand naar haar voorhoofd brengt en hem kust als teken van respect. Haar vader plukt aan zijn snor, neemt zijn bril af en veegt over zijn ogen en voorhoofd met een katoenen zakdoek die hij uit de zak van zijn grijze broek trekt.

'Welkom thuis, Selma. Is Mesut nog in Turkije?'

 

‘Papa, ben ik jouw prinsesje?’

‘Natuurlijk Selma, je bent mijn hartekind.’

Haar vader draaide rondjes met haar door de kamer,

net zo lang tot ze allebei duizelig op de bank belandden.

‘Doe toch eens rustig met dat kind, straks krijgt ze een hersenschudding,’

klonk de stem van haar moeder van heel ver.

Ze hoorden haar niet.

‘Kan sudan daha kalındır, bloed is dikker dan water kindje. Vergeet dat nooit,’

fluisterde hij, terwijl hij plagend aan haar lange haar trok.

'Je familie is het allerbelangrijkste.'

 

'Ja papa, ik ben samen met Dunya. Ik had heimwee. Mesut moet werken. Je weet hoe druk hij het heeft met zijn zaken.'

'Wat ben je mager geworden, Selma. Je moeder heeft je toch goed leren koken?'

'Hatice, waar ben je? Dek de tafel, Selma heeft honger.'

'Opa, mag ik zappen op de tv?' Dunya pakt zijn hand en kijkt omhoog. Haar ogen lijken te groot voor haar gezicht. Ze pakt de punten van de wijde rok van haar jurk en verplaatst het evenwicht van haar ene voet naar de andere en weer terug. Hatice komt de kamer binnen met een blad met thee in haar ene hand en een paar sloffen in de andere.

'Hier trek je sloffen aan, Selma, de vloer is koud. Ik heb net verse thee gezet.'

'Het is zomer, mama.'

'In Turkije ja, hier wordt de zomer elk jaar kouder.'

Mama, de jaren maken je zwaar, denkt Selma wanneer haar moeder naar de keuken loopt om te gaan koken. Ze kijkt even naar Dunya die bijna in slaap is gevallen in het holletje op opa's schoot en laat haar stijve rug naar achter zakken in de kussens van de bank. Ze kijkt naar de televisie zonder iets te zien.

 

'Selma, ben je gelukkig met Mesut?' Hatice kijkt hoe haar dochter rillend een handdoek om haar kleine borsten knoopt en pakt een andere handdoek van het rek om de natte haren te drogen. Met het puntje van de handdoek veegt ze de tranen weg van Selma's wangen.

'Ik weet dat papa Mesut niet mag. Dat hij teleurgesteld is. Waarom kan ik niet gewoon van hem scheiden?'

'Het is moeilijk, kindje. De imam keurt scheidingen af. Je vader wil het altijd iedereen naar de zin maken. Je kent hem.'

'Nee mama, ik ken hem niet. Niet meer.'

 

Turkije

 

Toen ze niet meer papa's kleine meisje was merkte ze dat haar vader zich langzaam van haar losmaakte. Zijn werk leek hem volledig op te slokken en daarna was er de tv die de herinneringen aan het vaderland levend moest houden. De tijd was tussen hun vingers doorgeglipt. De verwijdering had haar in de armen geduwd van de echtgenoot die haar ouders het meest geschikt voor haar vonden. Een knappe jongen met een spannende aantrekkingskracht. Dat ze naar Turkije moest verhuizen was onderdeel van het onbekende avontuur dat ze aanging. Haar familie veranderde in een schoonfamilie en alles voelde vreemd maar goed. 's Nachts bleef ze thee schenken in bodemloze glaasjes.

Na een jaar kwamen er barstjes in haar glazen bubbel en bleek Mesut het water in plaats van het bloed. Ze was steeds vaker alleen. Een vlieg was ze voor hem, die je neermepte, wanneer je er last van had, met de zwiepende beweging van een opgevouwen krant. Met het groter worden van hun dochter nam zijn agressie toe, alsof Mesut bestaansrecht ontleende aan het commanderen van zijn nieuwe gezin. Het lukte Selma niet meer om haar dochter onzichtbaar te houden.

 

‘Eet je bord leeg, Dunya, zit niet zo te knoeien met dat eten.’

‘Papa, ik lust die groene dingen niet.’

Met een dreun kwam Mesuts vuist op tafel neer. Een glas water maakte een grote donkere vlek in het pas gestreken tafelkleed.

‘Niet jengelen, maar eten,‘ schreeuwde hij en duwde haar neus in de sperziebonen.

Selma pakte haar vork en zwaaide ermee voor Mesuts ogen.

‘Hou op, hou op,’ de woorden bleven plakken in haar keel en deden haar kokhalzen.

‘Hier trut, koel jij even lekker af!’ Mesut smeet zijn stoel een paar meter naar achter voor hij de keuken verliet.

Ze depte het water van haar gezicht met haar servet en legde haar koude hand op Dunya’s trillende wang. Het ging niet meer. 's Nachts lag ze wakker en wachtte tot Mesut opstond om naar zijn werk te gaan.

 

Nederland

 

‘Selma wanneer ga je terug naar je man?’

Het schilmesje schiet uit, haar bloed vermengt zich met de uiensnippers. Ze draait zich om.

‘Papa, hij slaat me.’

‘Het is je man, Selma. Je hoort bij hem. Hij wil zijn dochter terug.’

‘Oh, nee dat nooit! Dunya, hoort bij mij.’ Ze blijft haar vader strak aankijken.

‘Mesut heeft recht op zijn kind. Hij komt haar halen. Als je verstandig bent ga je zo snel mogelijk terug. Dat is het beste voor iedereen.' Haar vader draait zich om en verlaat met gebogen schouders de keuken.

Ze steekt haar bloedende hand in de koude waterstraal. Schept het water wild in haar gezicht tot ze in en in koud is.

De rest van het verhaal kan ze invullen alsof ze het al eerder heeft meegemaakt.

De druk van de gemeenschap. De schande. Angst om uitgestoten te worden. Een vader die het advies van de Imam opvolgt en een moeder en broer die wel doen wat hij wil, steeds weer. Dit keer hebben ze de hoofdrol aan haar gegeven. In deze film gaat haar broer Amir overal mee naar toe. Alsof hij de jaren waarin ze hem, haar kleine broertje, liefdevol bij alles wat ze deed meesleepte, nu wil terugbetalen. Zijn strakke gezicht vertelt een ander verhaal. Hij vervult gehoorzaam zijn plicht. Selma beseft dat ze een goed plan moet hebben om te vechten en vluchten. Ze probeert zo min mogelijk in contact te zijn met Turkse mensen omdat ze de blikken niet langer kan verdragen en diep in haar hart voelt dat ze niemand kan vertrouwen.

 

Ergens in Nederland

 

‘Mama, ik wil naar oma.'

'Dat kan nu even niet.’ Ze trekt haar dochter op schoot en verbergt haar eigen verdriet in de donkere krullen. Geen contact, ze mogen niet gevonden worden.

‘Mama, waarom belt papa ons nooit?' gaat Dunya verder. 'Vindt hij mij niet lief meer?'

'Ach, hartekind, grote mensen doen elkaar soms pijn, maar jou willen ze geen pijn doen hoor. Ze houden van je al merk je dat niet. Kom maar dan gaan we papa bellen.’ Snel schakelt ze de gps op haar telefoon uit. In het ergste geval koopt ze morgen een andere telefoonkaart met een nieuw nummer.

‘Mesut, met mij. Dunya wil graag met je praten, hier komt ze.’

‘Papa, papa, ik heb een nieuwe kamer. Mama heeft een elfje op de muur geschilderd. Heb je me gemist? Ik jou wel pappie.’ Haar dochters gezichtje begint te stralen. Met het puntje van haar tong tussen haar lippen zit ze te wiebelen op haar stoel.

‘Ja papa, nee echt? Mama, hier voor jou.’

Selma luistert naar de vertrouwde stem. De afstand heeft ruimte gegeven om zich de goede momenten te herinneren.

'Selma, het spijt me dat het zo gelopen is. De zaken gingen niet goed. Ik kon het er allemaal niet bij hebben. Je verdient een betere man.'

Ze wil geloven dat Mesut een nieuwe start heeft gemaakt met een leven zonder hen. Dat het goed komt als ze gescheiden is.

In de weken die volgen boekt ze vliegtickets en een hotel en verzamelt alle papieren die nodig zijn om dit deel van haar leven definitief achter zich te laten. Als ze de scheidingspapieren heeft dan zal ze haar moeder bellen. Het nog één keer proberen.

 

Schiphol

 

Selma rekent af met de taxichauffeur en kijkt de wegrijdende auto na. Misschien is dit geen goed idee. Resoluut tilt ze haar dochter op en reikt naar de koffer. Over twee uur vertrekt hun vliegtuig. Snel inchecken dan maar.

‘Mama, kijk, daar is Amir amca!’

Snel draait Selma zich om en botst tegen haar broer aan. In een reflex trekt ze haar dochter nog steviger tegen zich aan en loopt achteruit. Amir ziet er vreemd uit. Het lijkt of zijn ware persoonlijkheid door de barsten in zijn masker heen probeert te breken. Ze ziet het ongeloof in zijn ogen. Langzaam wordt haar blik getrokken naar het voorwerp in zijn hand dat hij stevig omklemt. Als ze begint te gillen gooit Amir het bebloede mes van zich af en begint te rennen. Ze voelt hoe Dunya's beentjes op haar heupen hun grip verliezen. Wanneer ze haar handen verplaatst om haar nog vast te kunnen houden beseft ze pas wat er echt gebeurd is. Bloed is niet dikker dan water. Ze worden omsloten door een kring mensen. Het geluid van sirenes klinkt boven alles uit.

 

 

 

 

 

Water en bloed

Laat een reactie achter