NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Helpende hand

Langzaam worden de schaduwen langer en vloeien uiteindelijk in elkaar over. Dana laat zich leiden door de lichte vlekken aan de hemel, terwijl ze zich tegelijkertijd concentreert op haar voetstappen in de drassige aarde. Er is zo weinig ruimte tussen de hoge bomen aan weerszijden dat ze niet van het pad af kan dwalen. Dat maakt haar minder bang. Ze heeft geen spijt van haar impulsieve actie. Een romantische uitstapje naar het bos was een vergissing gebleken. Als ze deze weg blijft volgen komt ze er vast weer gewoon uit. Het lijkt alsof er stenen tussen haar dikke bruine krullen vastzitten. Omhoog kijken kost bij elke stap meer kracht. Ze stopt even om haar strakke spijkerbroek omhoog te trekken en haar leren jack tot boven dicht te ritsen. Honger heeft ze al tijden niet, maar ze verlangt naar een beker warme thee. Even legt ze haar koude handen tegen haar wangen om ze daarna stevig tegen elkaar aan te wrijven. Ze wringt haar ring los en wil hem in haar zak stoppen. Haar rechterzak is gevuld met een zachte bobbel, waar ze de ring onderschuift. Met haar handen onder haar oksels volgt ze een bocht naar links op het bomenpad. Beelden van de gebeurtenissen van vandaag vullen haar hoofd. Haar verstandige ‘ik’ maakt ruzie met de ‘dromer’, die zich verwaarloosd voelt. Dana legt ze het zwijgen op. Een paar stappen later voelt ze dat haar linkerenkel ergens in vastklemt. Hè verdorie ook dat nog. Ze graait met haar armen in de lucht maar vindt geen houvast en duikt voorover. Het lukt haar niet haar voet los te trekken, waardoor ze een vreemde draai maakt en op haar zij de grond raakt. Een scherpe pijn flitst van haar enkel naar haar schouder en weer terug tot ze wegzakt in een donkere waas.

 

De zon brandt op haar gezicht als ze wakker wordt. Het lijkt of haar krullen zich hebben vermengd met de bladeren en aarde op het bospad. Een kever nestelt zich behaaglijk op de zachte ondergrond. Dana leunt op haar elleboog en kamt met haar handen door haar krullen. Ze ziet dat ze niet alleen is en neemt verbaasd de situatie in zich op. Aan haar voeten ligt een man. Haar blik blijft even rusten op de bruine laarzen die hij draagt. Zijn kledingstijl is apart te noemen. Dana neemt nog even de tijd om goed naar de slapende verschijning te kijken. Ze wordt er rustig van en dat is lang geleden beseft ze zich. Voorzichtig schudt ze zijn schouder in de zwarte lange jas.

‘Meneer, wilt u alstublieft mijn enkel loslaten,’ fluistert ze terwijl ze haar voet zacht heen en weer beweegt. De pijn is verdwenen. De man wordt niet wakker door haar smeekbede. Dana blijft naar zijn gezicht kijken. ‘Doe eens gek, kus hem wakker,’ klinkt een stem in haar hoofd. ‘Ben je helemaal belazerd,’ schreeuwt een andere er doorheen. Verlangend kijkt ze naar de strakke mannelijke kaaklijn met lichte baardgroei. Een zwarte haarlok ligt spannend op zijn wang. Ineens stapt er een wit paard in haar gezichtsveld. Even houdt ze zijn blik vast en het lijkt of het paard kort naar haar knikt. Dan begint het paard zachtjes met zijn lippen over de wang van zijn eigenaar te kietelen en haalt zijn tong tevoorschijn om een beter resultaat te behalen. Eindelijk komen de lange zwarte wimpers omhoog en onthullen een paar blauw ogen. Of nee, toch groen, ziet Dana nu de man haar recht aankijkt. De warmte van zijn hand op haar enkel begint omhoog te kruipen.

'Oh sorry, ja natuurlijk mevrouw. Ik herinner me dat ik van mijn paard ben gevallen. En toen… Oh ja, toen hoorde ik een geluid en moet ik u enkel gegrepen hebben. Het spijt me,’ zegt de man terwijl hij onwennig naar haar lacht.

 

'Mijn naam is trouwens Alec,' zegt hij, terwijl hij met zijn hand het paard afweert, dat zijn hoofd in de nek gooit en hard begint te lachen.

‘Nou doe niet zo onbeleefd, Bastiaan,’ spreekt de man het paard geïrriteerd toe.

‘Volgens mij valt er niet zo veel te lachen hier. Help even mee, dan doe je nog iets nuttigs.’

Dana blijft gefascineerd naar het lachende paard kijken. Het paard gaat zo op in zijn lachbui dat hij Alec totaal niet lijkt te horen. Hij schudt met zijn hele lijf en zijn benen maken synchroon trappelende bewegingen. Ze voelt de energie van het paard in zichzelf overvloeien en kijkt giechelend als een klein meisje beurtelings naar Bastiaan en Alec.

Het lachende paard komt plotseling dichterbij en haakt zijn onderbenen onder haar oksels. Voordat ze de kans heeft om te reageren staat ze overeind en kijkt neer op de liggende man aan haar voeten. Ze doet een stap naar achteren maar wordt gehypnotiseerd door zijn groenig blauwe ogen. Een brutaal lachje verschijnt rond Alecs mondhoeken en verspreidt zich naar zijn ogen.

'Ik heet Dana', zegt ze zacht. Ze trekt de prop uit haar jaszak en begint gehaast haar kleding ermee schoon te vegen. De opgedroogde modder laat makkelijk los. De heerlijke verschijning aan haar voeten, wijst subtiel naar haar wang en maakt een vegend gebaar. Ze draait zich half om en boent snel haar wang schoon met een beetje spuug. Tot haar schrik ziet ze dat de lap in haar hand een wit boxershort is. Verschrikt gooit ze hem zo ver mogelijk van zich af. De ring verdwijnt er achteraan. ‘Laat Alec het niet gezien hebben,’ stuurt ze een schietgebedje de lucht in. Als ze zich omdraait is de grond leeg. Verward draait ze nog een kwartslag. Was het gisteren dat ze dacht dat haar leven zinloos was? Ze grijpt de uitgestoken hand en zwiert sierlijk omhoog naar de lege plek voor op het paard. Behaaglijk zuchtend leunt ze achterover en voelt de borstspieren tegen haar rug bewegen bij elke hobbel in het pad.