NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

‘Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’

Zelfs toen oma sneller heuvelaf ging en er steeds meer laagjes aan een denkbeeldige boom of struik bleven hangen, bleef ze het zeggen, op willekeurige momenten. Haar vurige ogen gaven haar ingevallen gezicht dan even nieuwe glans. Dezelfde blik had ze als ze in heldere momenten mijn naam weer juist uitsprak en ik me een ogenblik in het oude huis op de Brouwersweg waande. Al die weggegleden herinneringen waarvan sommige ongrijpbaar werden nu ik ze met niemand meer kon delen.

‘Ach omaatje toch,' zuchtte ik terwijl ik de broze hand pakte en met haar vingers langs mijn wang streek. ‘Hoe is het in jouw wereld? Zijn de mensen daar lief voor elkaar?’

Alle onbeantwoorde vragen. Naast de herinneringen vonden ze hun plek, rug tegen rug.

 

Het was moeilijker dan ik had verwacht. Eerst was ik in de verkeerde straat en zocht vergeefs naar het juiste nummer. Er was niemand buiten op dit tijdstip. Grote huizen, gevuld met tweeverdieners met bijpassende kinderen, die allen elders waren. Druk laverend van de ene verplichting naar de volgende, waarschijnlijk.

‘Wat u niet wilt dat u geschiedt’, schoot mijn hoofd binnen. Het hing in de lucht, ik moest in de buurt zijn. Teleurgesteld in wat dertig jaren met je geheugen deden, leunde ik even tegen de gerimpelde stam van een kastanjeboom op de hoek van de straat. Ik zag mezelf weer uit het raam leunen, gekreukelde sokjes in lakschoentjes die ooit rood waren geweest. Opgewonden schopte ik tegen de radiator terwijl ik de straat in gluurde om te zien hoeveel kastanjes er al gevallen waren.

 

De zon kriebelde langs mijn gesloten oogleden. Knipperend keek ik van de ene straat in de andere en herkende ineens het huis. Brouwersweg zes. Gelukkig hadden de nieuwe bewoners de originele details uit de dertiger jaren in tact gehouden. Ik opende het tuinhekje en herkende het glas in lood in de voordeur waarachter ik de contouren van oma zag verschijnen terwijl ik in mijn enthousiasme de bel te lang indrukte. Mijn oma met haar grote moederhart. Ze had niet kunnen voorkomen dat haar eigen dochter er de voorkeur aan gaf haar hart telkens weer in een andere belangrijke baan te verliezen.

Ik hield van het plaatje van mijn moeder, kuste haar voorzichtig op haar mooie wang, voordat ik de auto uitstapte, om snel in oma’s warme armen te kunnen springen. Samen redden we de wereld, bevochtten miljoenen tegenstanders. ‘Wat u niet wilt dat u geschiedt’, was ons credo en we snapten niet waarom zo veel mensen onze mooie boodschap met voeten traden.

 

Omaatje, je leerde me om te vechten vanuit mijn hart, dacht ik terwijl ik met mijn vinger het patroon in het glas in lood volgde, waarachter geen schaduw zichtbaar werd. Ik liep door de stille straten terug naar mijn geparkeerde auto. Vlak voor ik wegreed zag ik op het veldje schuin tegenover een meisje met gele regenlaarzen op de wipkip klimmen. Iets verderop zat een vrouw op het gemeentebankje dat half schuil ging achter een rij rafelige struiken. Moeder of oppas zwaaide even naar het spelende kind. Het speelparkje moest later zijn aangelegd of uit mijn geheugen gewist zijn. De tijd dat dit dorp de wereld had geleken lag ver achter me. Ik rommelde in mijn tas en vond een verfrommeld zakdoekje met de afdruk van mijn lippenstift. Vlug depte ik er mijn ogen mee, voordat ik mijn zonnenbril uit mijn haar naar beneden trok.

De verhuizing naar de States had van Nederland voorgoed een piepklein landje gemaakt. Het land waar mijn oma woonde. De oma met wie ik elke week even mocht bellen, nadat mijn moeder haar nieuwe man gevolgd was, die een kind geen bezwaar vond.

 

Als mijn 'darling mother' mij niet met een achteloos gebaar van haar gemanicuurde hand het oude fotoboek had toegeworpen, dan was het nooit in me opgekomen om terug te gaan. Het laatste contact dateerde van twintig jaar terug. Voorzichtig streek ik het vergeelde plastic glad dat een beetje was vergaan in de hoekjes en opbolde op de plekken waar het niet meer aan het karton plakte. De foto's leken me verwijtend aan te kijken. Waar was je toch al die tijd? Waarom speel je niet meer? In Amerika was het kleine meisje van een serieuze hardwerkende tiener een nerveuze, gedreven student geworden, op de barricaden zonder de wind in mijn haar, verlaten door de lichtvoetige vreugde van mijn eerste levensjaren.

 

Oma vond ik terug op haar laatste adres in een onbekende grote stad. Een moderne, lichte verblijfplaats voor oude zielen in verschillende gradaties van helderheid. Het bezoek aan het oude huis had me meer goed gedaan dan ik besefte. Terwijl ik mijn huurautootje weer op de laatste lege parkeerplaats voor het verzorgingshuis manouvreerde wist ik dat ik langer zou blijven. Oma, ik ben er om je hand vast te houden, als je er klaar voor bent. Ik belde mijn uitgever in New York om aan te geven dat ik mijn boek in Nederland zou afmaken.

 

 

 

 

Heuvelaf

Laat een reactie achter