NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Liefde

In mijn verhalen is de zoektocht naar liefde een bindende factor. Een kind zoekt naar de liefdevolle aandacht en waardering van zijn ouders. Soms groeit het op in een moeilijke thuissituatie bijvoorbeeld wanneer één van de ouders een psychische aandoening heeft. Ook worden pijn en tekort vaak generaties lang doorgegeven. Als we volwassen zijn, worstelen we vaak nog steeds met de behoefte aan waardering en aandacht van anderen.

Zoeken we de liefde in een partner. Willen we uitblinken in ons werk.

In de perioden in je leven waarin het allemaal niet zo soepel loopt, ga je misschien op zoek naar de liefde in jezelf.

Dat liefde belangrijk is, weten we allemaal wel, maar hoe vind je de juiste vorm van liefde waar je optimaal gelukkig van wordt? De liefde is er diep van binnen altijd al, we hoeven alleen uit het verhaal te stappen waar we in zitten om het te voelen.

Pindakaas

Het mes blijft het kuipje schrapen van links naar rechts naar boven en weer terug. De boter verdwijnt onder een tweede, bruine laag. Ze houdt niet van boter onder pindakaas, maar durft na het zorgvuldige werk van tante niets te zeggen. Thuis verdwijnen verpakkingen half leeg in de gapende muil van de grijze bak. Te veel gedoe. Te oud. Niet lekker.

Bij tante is het anders.

'Drie keer R mijn kind. Rust, Regelmaat en Reinheid. Luister goed naar je oude tante. De mensen zijn vergeten wat opvoeden tot een succes maakt.' Ze gluurt over haar smalle bril, terwijl ze haar betoog vervolgt. Uit haar dikke knot piekt hier en daar een grijze spriet die onder het praten haar smalle wangen aait. Op de linker zit een piepklein zwart vlekje. Tante heeft een zware stem. Met ogen dicht zou ze een man kunnen zijn. Ze luistert graag naar het geluid, dat bijna nooit stopt. De stroom van woorden danst vooruit, op een ritme zonder betekenis. Ze wordt er slaperig van.

 

Mama wil niet dat ze over thuis praat als ze bij tante logeert. Ze huilt als ze dat zegt. Door de zwarte sliertjes die haar ogen met haar kin verbinden lijkt ze op een clown. Geen moeder waar ze bang van wordt.

'Mijn grote zus, die alles altijd beter weet. Eigenlijk wil ik niet dat je er heen gaat, maar het kan niet anders. Doe je voorzichtig, kindje' fluistert ze, terwijl ze haar hard tegen zich aandrukt. Ze voelt een rugwervel kraken. Nee, mama, jij moet voorzichtig doen, denkt ze en drukt haar neus stevig in het kuiltje van de mollige hals. Het plekje waar mama haar parfum spuit. Met haar handen zoekt ze als een aapje houvast in de zachte blonde haarslierten op moeders rug.

'Je hebt het haar van je vader,' moppert haar moeder als de kam er niet doorheen gaat na het wassen.

 

Tante heeft geen kinderen van zichzelf. Alleen de kinderen van school. ’s Avonds mag ze bij tante in het grote bed. Even knuffelen voordat ze moet slapen.

‘Wie is mijn liefste kind?’ Als ze niet snel genoeg antwoordt krijgt ze de kieteldood. Ze kan zich alleen redden door heel hard met een kussen te slaan. Zo gaat het al zo lang ze zich kan herinneren. Dat ze op een berg van kussens lachend in tantes sterke armen in slaap valt.

Van elke groep zes, al ver voor zijzelf geboren was, heeft tante een fotoboek. Foto's van Rob, Roxan, Lisanne en de rest. Bij elke foto weet haar tante de namen op te noemen. Maar misschien heten de kinderen wel stiekem anders. Als tante over vroeger begint te vertellen luistert ze wel. Ziet ze de kinderen voor zich, die zich ruziënd, pestend, lachend en spelend een weg banen naar groep zeven, naar een volgende juf. Over twee jaar gaat ze zelf naar groep zes. Ze houdt niet van veranderingen. Ze krijgt er buikpijn van. Bij tante mag ze klein blijven.

'Wat zit je te dromen kind? Eet je boterham. Ik heb er wat extra liefde opgedaan. Lekker zoet hè? Altijd die hagelslag. Ik denk, ik doe een keer wat anders. Dit is gezonder. Maakt mama wel eten voor je 's ochtends?'

Zwijgend neemt ze de eerste hap en snel nog één. De pindakaas kleeft aan haar tong. Ze mag niet met volle mond praten.

 

Mama zegt dat oma de zeven schoonheden voor haar heeft bewaard, de tweede dochter. Bij Tante, de eerste dochter zit het verstopt van binnen.

‘Bij mij was de schoonheid voor binnen op,’ zucht haar moeder verdrietig. Nee mama ik vind je lief, denkt ze dan. Ze durft het niet te zeggen, bang dat haar moeder haar voor leugenaar uitmaakt. Oma heeft ze nooit gekend. Mama zegt dat ze te moe was voor het leven. Zou mama op oma lijken?

 

Tante schept haar bord nog een keer vol met groen. Ze mocht helpen met boontjes doppen en sla wassen. Mama houdt van makkelijk. Soms als het gerommel in haar maag niet meer stopt en mama niet in de buurt is, maakt ze zelf iets met wat er in de koelkast ligt. Dat kan ze best. Zonder groen.

'Ga je nog wel eens naar papa?' vraagt tante. Ze neemt snel een nieuwe hap en beweegt haar hoofd. Het kan ja of nee zijn. Haar dikke rode krullen springen in het rond. De meeste mannen van mama doen of ze de baas zijn. Soms zijn ze lief.

 

Het weekend is al weer voorbij. Ze mist mama, maar wil niet naar huis. Wat ze het allerliefste zou willen is dat ze met zijn drietjes in één huis gaan wonen. Twee mama’s zonder papa. Ze raapt de bol sokken op die voor haar voeten rolt. Haar lievelingssokken. Ze passen nog net. Aan de onderkant van haar tas steekt haar tandenborstel zijn rafelige kop naar buiten. Hij zit klem achter haar pyjama. Ze laat zich op de grond zakken en pulkt aan de randen van de plastic scheur. Misschien mag ze nog even blijven.

 

'Lieverd pak je een nieuw tasje uit de kelder? Zoek maar een mooie uit.' Voorzichtig schuift ze de duistere trap af, met haar rug tegen de muur. Haar ogen prikken. Een koude luchtstroom kriebelt haar blote kuiten. Hoeveel spinnen wonen hier beneden? De spaarlamp wint langzaam terrein. Terwijl ze een tasje uit het gehaakte net trekt en snel weer omhoog wil stappen, ziet ze de potten op de onderste plank, vlak bij haar voeten. Keurig twee aan twee in de rij. Pindakaas voor wel acht groepen zes. Mama lust geen pindakaas.

Laat een reactie achter