NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Inspiratie

Marijke Jongerius ligt op het gele linoleum, als losse onderdelen lijken haar armen en benen van haar romp gevallen. Pas wanneer een eerste zonnestraal zijn weg tussen de wiegende gordijnen vindt en langzaam via haar schouder haar wang bereikt, merkt ze de intense kou in haar lichaam op. Zacht kreunend gaat ze op haar linkerzij liggen en trekt haar knieën op tot onder haar kin. Haar armen doen zeer als ze haar vingers verstrengeld in haar nek legt. In haar hoofd begint het steeds harder te bonzen, alsof iemand haar wil dwingen een bekentenis af te leggen. Waar is hij, waar is hij?

‘Stop, stop, alsjeblieft,’ fluistert ze. ‘Ik weet het niet.’ Een vieze smaak in haar mond doet haar kokhalzen. Ze zakt weer weg in een donkere wereld.

 

Wanneer ze haar ogen opent ziet ze dat er een spoor loopt van de tegelvloer in de keuken over het zeil in de woonkamer naar de half geopende gangdeur. Voorzichtig duwt ze zich op haar elleboog omhoog en volgt het patroon van glinsterende glasscherven en rode vlekken tot aan de deur en weer terug de keuken in. De zon brandt inmiddels hardvochtig door de gordijnen heen. Ze zouden naar het strand gaan vandaag. Samen genieten van een onverwacht tropische dag. De vuilniszak moet vervangen worden. Marijke draait zich op haar andere zij en legt haar hand tegen haar droge keel. Ze voelt zich wegzakken in een nieuwe sluimerdroom, waarin ze ontelbare hypnotiserende ogen ziet.

‘Laat me raden, een mooie vrouw als jij. Die moet Marijke heten.’

Verrast had ze van haar laptop opgekeken, de kartonnen koffiebeker van Starbucks omstotend, die gelukkig bijna leeg was. Ze wreef haar mouw snel over het spoor van bruine druppeltjes.

‘Sorry, ken ik je ergens van?’ Marijke greep een plukje haar van de schouder van haar bruinleren jasje en draaide het tussen haar vingers.

‘Hallo, ik ben Bart. Bart den Ouden, ik stoor je toch niet in je werk hoop ik?’

Marijke blikte vlug op haar scherm en sloeg haar laatste documenten op, voordat ze haar computer dichtklapte en Bart weer in de ogen keek. Ze kende hem niet. De groene ogen en dat kleine moedervlekje boven zijn lip. Onmogelijk dat ze hem eerder had ontmoet.

‘Ben je helderziend, of wat…’, vroeg ze zonder zijn blik los te laten.

‘Oké, ik beken schuld. Ik volg je verhalen al een tijdje op diverse sites. En toen ik je hier net zag zitten, dacht ik. Verrek daar zit ze, Marijke, de mooie verhalenverteller. Als je niet van mijn belangstelling gediend bent, dan moet je het zeggen hoor. Dan ga ik weer.’

Ze had zich gevleid gevoeld. Het was haar nog niet gelukt om door te breken als schrijver en nu deze knappe vent openlijk zijn bewondering voor haar verhalen uitsprak voelde ze dat haar lijf zich begon te vullen met iets lichts. Een geluksstofje dat haar naar het hoofd steeg. Normaal was ze nogal voorzichtig met mannen, maar bij Bart werd ze roekeloos. Gedrag dat ze niet kende en dat haar tot romanpersonage maakte, heldin voor een dag. Ze lachte voluit naar Bart en ontspande haar hand die nog steeds in de zijne lag. Onder het praten streelde Bart zachtjes haar handpalm met zijn duim

 

Bart was vrijwel direct bij haar ingetrokken en Marijke had zich nog nooit zo levend gevoeld. Alle nieuwe ervaringen verwerkte ze in haar verhalen en steeds vaker won ze prijzen in talrijke schrijfwedstrijden. Bart stimuleerde haar een aantal uitgevers te benaderen en steunde haar bij alles. Elk nieuw succes vierden ze samen. Steeds uitbundiger. Geld bleef in en uitstromen.

 

'Bart, lieverd, met mij. Je bent toch niet vergeten wat voor dag het vandaag is? Zorg je dat je om zeven uur thuis bent, ik heb een verassing voor je.’

Marijke likt het lepeltje af waarmee ze het dessert heeft bereid. Gelukkig is ook dit laatste gerecht goed gelukt. Ze is langer bezig geweest dan gedacht, maar ze mag tevreden zijn. Hun eerste jaar samen wil ze vieren met een romantisch etentje thuis. De laatste vouwtjes in het damasten tafellaken maakt Marijke vochtig met de plantenspuit, voordat ze de strijkbout er enkele tellen op laat rusten. Het zijn de details die haar leven echt perfect maken. Ze klimt op een barkruk en balanceert op haar knieën. Zich vasthoudend aan de deur van het keukenkastje, reikt ze naar de bovenste plank waar het servies van haar overleden oma staat. Even geniet ze van de schoonheid van het contrast tussen de gebloemde rand van de oude borden en het wit glanzende tafelkleed. Het gepoetste zilveren bestek maakt het plaatje samen met de linnen servetten helemaal af. Ze steekt alvast de kaarsen in de zes armen van de grote kandelaar aan en trekt de anjers in het boeket bloemen ernaast voorzichtig een stukje omhoog. De piepende oven vraagt haar aandacht. Marijke slaat de pannenlappen dubbel om de handvatten van de gietijzeren schaal en trekt hem voorzichtig naar zich toe. De kaas op de ovenschotel van venkel en zoete aardappel vormt een grillig patroon en is precies goed van kleur. Marijke giet alvast een klein bodempje van de rode Merlot in haar glas en ruikt er even aan voordat ze de wijn rondjes laat draaien in haar mond. Ze kijkt naar de rode vlek op het glas en veegt de afdruk van haar lippen weg tussen haar duim en wijsvinger. Bart is weer eens te laat, zijn enige minpuntje.

Langzaam raakt ze alle besef van tijd kwijt. Ze wil zich nog een keer bijschenken maar het kleine stroompje bedekt de bodem van haar glas niet meer. De laatste stompjes kaars verdwijnen in de armen van de kandelaar. Ze strompelt naar het aanrecht, ontkurkt een nieuwe fles en schenkt haar glas tot de rand toe vol. Ze trekt een ladder in haar panty als ze zich weer op haar stoel laat vallen.

 

Marijke weet niet meer hoe vaak ze haar telefoon in haar handen heeft gehad om het scherm te activeren. Het lijkt of het toestel dood is. Ze laat haar hoofd op tafel zakken met haar oor op haar smartphone alsof ze het ding een geluid wil ontfutselen. Haar hoofd schiet in een schok omhoog en klapt hard terug op tafel, waarbij de rand van haar telefoon haar oog schampt. Ontnuchterd door de pijnscheut drukt ze haar rug stijf tegen de hoge leuning van de keukenstoel en laat haar hand even op haar zere oog rusten. In het felle tl-licht staart ze naar de sierlijk gedekte tafel en vraagt zich even af of je kan zien of eten koud is geworden. Haar blik schiet van de schotels op de uitgebluste warmhoudplaatjes naar de gestalte van Bart die als een vage schim in de deuropening verschijnt. Gehypnotiseerd volgt ze de stappen die hij in haar richting zet en durft niet omhoog te kijken naar zijn gezicht.

‘Marijke, het spijt me. Ik had het je eerder moeten zeggen. Je zal me een ongelooflijke lafaard vinden, maar ik kan het niet. Ik heb geen kracht meer om te bedenken hoe ik me moet gedragen om niet uit te toon te vallen binnen één van je verhalen. Ik trek bij een vriend in en hoop dat ik dan mijn eigen identiteit weer terug kan vinden. Ik hoef niets, alles is voor jou.’

 

Het duurt even voordat er geluid uit haar keel komt. Ze herkent het diep grommende geluid niet als haar eigen stem. Met al haar kracht slingert ze haar wijnglas richting zijn hoofd , maar Bart draait zich niet meer om.