NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Korte stukjes van SOL

‘Oma, mag ik?’

‘Ach ja, die heeft je opa voor me meegenomen toen hij nog mijn buurjongen was. Waar heb je hem gevonden?’

Bernadette neemt de schelp uit de uitgestrekte hand van haar jongste kleindochter Suze en streelt het gladde materiaal, voordat ze hem tegen het oor van het meisje legt. In de grijsblauwe ogen van haar kleindochter ziet Bernadette iets verschijnen wat ze zelf nog maar zelden ervaart.

Suze schudt de schelp om het geheim van de zee te ontrafelen en legt hem dan tegen haar andere oor.

‘Oma, oma, waarom verstopt de zee zich?’

 

Toen haar buurjongen, Joris met de ‘Liberty’ naar Zuid-Amerika vertrok voor zijn eerste betaalde baan, was zijn hart vol van zijn twee grote liefdes, zo vertelde hij haar later, toen het hem eindelijk gelukt was haar hart met dezelfde passie te vullen. Van een eerste afspraakje op een bankje aan zee naar elkaar beminnen tussen zand en water op een bed van schelpen.

 

‘Joris vraagt of hij je mee mag nemen naar zee. Geef het een kans, Bernadet, het is een lieve jongen’.

Om haar moeders onrealistische hoop voorgoed te begraven had ze ingestemd.

Van haar kant van het bankje luisterde ze naar zijn avonturen terwijl ze haar blik gefocust hield op de zee en het patroon volgde van de golven die elkaar in hoog tempo opvolgden. Ze voelde haar hand ontspannen toen ze hem op het verzilte hout van het bankje liet rusten. Joris legde het koele voorwerp in haar hand.

‘Hij deed me aan jou denken toen ik hem vond, Bernadette. Zo heb je altijd de zee bij.’

De laatste keer

Ik kruip naar jouw kant van het bed, maar wanneer mijn nagels langs de muur naar beneden glijden, besef ik dat je er niet meer bent en rol terug naar de warmte. Langzaam voel ik de hoop uit mijn stijve lichaam wegstromen.

 

Het stukgekookte eten glibbert uit de pannen de afvalbak in. Duizend en één oorzaken verzin ik voor elk uur dat je te laat bent. De piepjes van mijn telefoon verhogen mijn hartslag. Elke keer dat ik uit het raam kijk denk ik dat ik je aan zie komen. Ik zie dat ik wijn heb geknoeid op de lichte rok van mijn jurkje en strooi zout in mijn schoot. De dure wijnfles bevat nog een bodempje.

 

De inhoud van mijn net gezette kopje Senseo, druppelt razendsnel over de aanrechtrand naar de grond. Ik kijk hoe de koffie wordt opgezogen door de keukenrol en betrap mezelf erop dat ik blij ben dat je net de deur uit bent zodat je geen getuige bent van mijn onhandigheid. Onze relatie is nog te pril om mezelf te kunnen zijn. Ik voeg wat toe aan mijn gevlekte lijstje. Het diner ter ere van ons eerste ‘relatiejubileum’ moet perfect zijn.

 

Als je over me heen stapt om op te staan, zie ik dat ik nog een half uur kan blijven liggen. Mijn ‘to do’ lijstje heb ik in de la onder mijn bh’s verstopt. Het moet een verrassing blijven. Als ik na een uur gehaast onder de douche stap baal ik ervan dat ik mijn onzekere gedachten niet gewoon in de slaapkamer achter heb kunnen laten, stevig weggestopt onder het matras.

Fluisterzacht gemis

Je adem in de nacht, mijn fluisterzacht gemis

van binnen weten, maar vergeten wat waar is

 

ga je mee verdwalen in verhalen van ons leven

stilaan verdergaan en gewoon maar vergeven

 

wat niet klopte waarom het stopte jouw hart

met leven voor mij toen je zei: ‘ik ben verward’

De duif fluisterde in haar oor en ze wist dat alles goed zou komen. De warmte die haar hart vulde, vertakte langzaam in een veelvoud van weldadige stroompjes door haar lichaam. Het gekoer van de redder op haar schouder toverde haar naar een andere wereld.

 

Het platgetrapte smalle pad dat de goede weg aangaf op de dichtbegroeide heuvel, maakte haar nieuwsgierig naar wie haar waren voorgegaan. De duiven die een verdieping hoger dezelfde weg volgden spoorden haar aan om sneller te lopen. De sprookjeswereld waar ze bovenop de heuvel een glimp van opving gaf haar nieuwe levensenergie.

 

Ze werd gewekt door een hulpverlener die zachtjes informeerde of ze in staat was te gaan zitten. De duif was verdwenen.

‘Weet u nog wat er gebeurd is, mevrouw?’

Het leek alsof er een radertje in haar hersenen verschoven was en ze de losse fragmenten niet meer kon uitbouwen tot een samenhangend geheel. Wie was het? Ze wist zeker dat ze haar aanvaller kende maar gezicht en naam waren zoek.

 

In de weken daarna gaf de sprookjeswereld, die ze op elk moeilijk moment weer even kon oproepen, haar de kracht om zich niet te laten meesleuren door de angst van het ‘niet weten’.

 

.

Niet weten

Ego en Wantrouwen

Mirjam en Hans zijn klaar om aan hun nieuwe leven te beginnen. De verhuizing naar het buitenland, waar ze jarenlang over gedroomd hebben. Alle obstakels overwonnen en dan is het moment ineens daar, het grote nieuwe avontuur.

 

Ze genieten de eerste maanden volop van zon, zee, bergen en vrijheid. Ingrediënten die hun nieuwe woonplaats in overvloed biedt. Mirjam is een gezondheidsfreak met een diep wantrouwen tegen voedsel- en medicijnmaffia. Er wordt gegeten met pure ingrediënten van de markt of de natuurwinkel. Aan beweging geen gebrek, hun leven is gevuld met wandelen, fietsen, tennissen, zwemmen en yoga en ze voelen zich er goed bij. Nooit ziek, al jarenlang medicijnvrij. Haar overgangsklachten probeert Mirjam onder controle te krijgen met natuurlijke supplementen. Via een aantal spirituele sessies weet ze dat ze een belangrijke levensmissie heeft en inmiddels communiceert ze rechtstreeks met haar gidsen. Hans is humanist en atheïst en gelooft niet in zweverig gedoe.

 

De nieuwe arts komt binnen zonder een hand te geven, kijkt vluchtig naar de uitslag, terwijl hij tegelijkertijd zijn mobiel opneemt. Daarna vraagt hij Mirjam zich uit te kleden.

‘Ik heb nog nooit zoiets ergs gezien, het is stadium vier hormonale borstkanker. U moet opgenomen worden en morgen direct met chemo beginnen!’ zegt de kankerspecialist in gebrekkig Engels, terwijl hij haastig de spreekkamer verlaat en niet meer terugkomt. Mirjam en Hans in onzekerheid achterlatend met een hoofd vol vragen over de uitslag van de petscan.

‘Nu heb ik geen keus meer hè,’ zegt Mirjam terwijl ze haar hand op de natte wang van Hans legt.

'Ik vind het zo erg voor je, Mirjam, waarom heb je het zo lang verborgen gehouden?'

‘Niet bang zijn lieverd, ik ga niet dood.’

 

Voor de eerste chemo wordt een foto gemaakt van een kleine, ontstoken borst vol bulten. De kanker staart je recht in het gezicht. Mirjams rotsvaste vertrouwen dat het slechts onschuldige overgangsverschijnselen waren is in één klap verdwenen. Haar grootste nachtmerrie is tot leven gekomen. Haar lichaam loopt langzaam vol met chemomedicijnen.

Zomerdepressie

Winterfee Viola keek naar de wereld en zag dat het helemaal mis was. Elk jaar wanneer ze ontwaakte uit haar zomerslaap en op het punt stond aan haar nieuwe werkseizoen te beginnen, voelde ze zich bedrukt door alle ruzies, machtsspelletjes, haat en venijn van welke aard dan ook. Maar dit jaar was het erger. Het voelde alsof iemand in haar hoofd de oogbollen eruit wilde drukken en tegelijkertijd met een hamertje haar schedel aan het renoveren was. Overvallen door een zware migraine zocht Viola zuchtend haar bed weer op en kroop zo diep mogelijk onder de lakens om het licht van de eerste herfstzon buiten te sluiten. Nog maar even niet. Ze had nog tijd voordat de winter begon.

 

In haar onrustige dromen begon zich een masterplan te ontvouwen voor de winterdienstregeling dit jaar. Het was geen sinecure. Ondanks haar jarenlange ervaring was het altijd weer een hele prestatie om voor elk plekje in haar regio het exacte temperatuur- en sneeuwplan klaar te hebben. Waar hadden mensen wat afkoeling nodig omdat de gemoederen te veel verhit waren? In welk gebied kon ze de bewoners verblijden met wat sneeuwpret? Er was heel wat creativiteit nodig om het allemaal voor elkaar te krijgen. Haar verantwoordelijke functie bracht de nodige verplichtingen met zich mee.

 

‘Mevrouw, het wordt nu echt tijd om eens op te staan,’ sprak kabouter Properus zijn bazin toe, terwijl hij met een grote waaier koude lucht in haar richting verplaatste.

‘Ja je hebt helemaal gelijk, zoals altijd, Properus. Wat zou ik toch zijn zonder jouw loyale dienstbaarheid.’

Properus kende haar lang genoeg om te weten dat ze het oprecht meende en opende de gordijnen. Hij sprong op de stoel naast het bed en bedankte winterfee Viola voor de vleiende woorden, terwijl hij recht in haar grijze ogen keek. Met liefde zou hij iets van de drukte in Viola's hoofd overnemen.

 

‘Properus, kerel, wat vind jij van de toestand in de wereld? Jij bent een man, misschien moet ik mijn blik verruimen, zei Viola, fris gewassen en getooid in haar favoriete werkjapon, versierd met sneeuwkristallen en ijsparels.

‘Dat lijkt me geen slecht idee, mevrouw, om de zaken ook eens vanuit een ander perspectief te bekijken. Als ik zo vrij mag zijn om het te benoemen, u hebt vaker last gehad van het doorwerken van uw zomerdepressie aan het begin van het nieuwe werkseizoen.’

‘Ja, Properus, je hebt gelijk. Ik denk dat ik de kou en sneeuw dit jaar stiekem wat vroeger laat invallen, zodat mijn hoofd weer snel helder en piekervrij wordt.’

‘Doe dat maar, u mag best ook eens iets uit eigenbelang doen. Niet iedereen zal daar blij mee zijn, maar dat is nu eenmaal altijd zo. Het plezier van de een is de kwelling van de ander en andersom. En dan heb ik het nog niet eens over de mensen die altijd klagen en zeuren,’ zei Properus terwijl hij zijn muts iets verder over zijn oren trok.

 

En zo gebeurde het dat halverwege oktober in heel Europa, de regio van winterfee Viola, de temperatuur snel begon te dalen. De herfstregen veranderde in sneeuw die de herfstbladeren aan het oog onttrok. Die winter ging de boeken in als de langste ooit en bracht de mensen dichter bij elkaar. Ruzies werden bijgelegd bij de koek en zopie. Tijdens eindeloze schaatstochten werden goede zaken gedaan en vriendschappen voor het leven gesloten. Vanaf die bijzondere winter werd winterfee Viola nooit meer geplaagd door haar depressies en liet ze het elke winter overal vreugdevol sneeuwen en vriezen.

De laatste heuvel

Marieke kijkt achterom om te traceren welk geluid haar achtervolgt. Niets te zien. Ze strijkt het lange haar van haar schouder wanneer ze weer vooruit kijkt langs het smalle fietspad. Al zeker een half uur trapt ze als een waanzinnige. Het lukt niet om de eindeloze stroom gedachten te doorbreken, die haar hoofd al een week lang zwaar en pijnlijk maken. Het was hier op dit fietspad. Hier is het gebeurd, exact tien jaar geleden. Vlak voor de laatste heuvel. Sinds die verschrikkelijke dag houdt ze een dagboek bij, sommige dagen leeg, anderen gevuld met slechts een spreuk van haar scheurkalender. In een wanhopige zoektocht naar een diepere betekenis. Zwart en wit wisselen die eerste jaren regelmatig van positie.

 

“Tot morgen, Mar!’

‘Doei, was leuk vandaag, hè!’, ze wierp haar vriendin een kushand toe en bleef net zolang achterom kijken tot ze haar voorwiel voelde slippen. Sanne was gestopt bij de kruising en zwaaide theatraal naar haar. Haar vriendinnetje sinds de kleuterschool. Ze zag er zo mooi uit in haar korte jurkje. Het laatste wat Marieke opmerkte was dat Sanne behoorlijk verbrand was rond de bandjes die losjes op haar smalle schouders rusten. Het was nog steeds warm maar gelukkig was ze bijna thuis. Haar moeder zou klaarzitten met een pot ijsthee. Ze benijdde Sanne vandaag niet om de lange route door het bos die ze nog voor de boeg had. Met al die heuvels was dat zweten vandaag.

 

Eigenlijk zouden ze samen fietsen, maar ze wilde vandaag toch liever naar huis om te leren voor de proefwerken van volgende week. Ze waren allebei verliefd op dezelfde jongen van twee klassen hoger. Tot hun verrassing had hij ingestemd om vandaag mee te gaan zwemmen bij het meertje. Hij mocht kiezen wie hij het leukste vond. Hij was stoer, groot en spannend.

 

'Jullie zouden toch samen fietsen, Marieke?

Waarom heb je haar alleen gelaten?

Misschien had ze nog geleefd.

Waarom hebben jullie stiekem met die jongen afgesproken?’

 

Zoveel vragen van Sanne’s ouders waarop ze had geantwoord met een versteend stilzwijgen. Wat zou er gebeurd zijn als hun nieuwe vriendje haar gevolgd was en niet Sanne?

Nieuw leven

Mama, lieve mama het doet zo’n pijn om je hier achter te laten. Het is tijd. Tijd voor mij om te gaan. Alles is gepakt en ik kan aansluiten in de karavaan dus veilig reizen. Veel van onze mooie spullen heb ik moeten verkopen omdat ik ze eenvoudigweg niet mee kan nemen. Ik had ze met je mee moeten begraven, de spullen waar je zoveel van hield, die je troost gaven in je moeilijke leven. Persoonlijk geef ik niet om materie, daarin ben ik anders dan jij, mama. Ik maak deze reis met een schone lei. Helemaal fris en nieuw begin ik aan een ander leven in een onbekend land. Frankrijk ken ik alleen uit wat de handelsreizigers mij erover verteld hebben, en het voelt alsof het een goede keuze is. De reis zal lang zijn en vol ontberingen, de toekomst onzeker. Een nieuw land waarvan ik de gebruiken nog niet ken, de taal niet spreek en nog geen nieuwe bestemming heb wanneer ik er eindelijk zal arriveren. In mijn hart voelt het goed deze nieuwe uitdaging. Ik voel jouw aanwezigheid sterk in mijn lichaam en geest, mama. Jij vergezelt me en zal op deze reis mijn hand vasthouden.

 

Ik kijk nog één keer achterom naar onze oude woning waar we zoveel lief en leed gedeeld hebben en dan stap ik op mijn muilezel en sluit me aan bij de langzaam vertrekkende bontgekleurde stoet, een mengeling van gelukzoekers, proviand en huisraad. Ach mama, ik weet hoe je ernaar verlangde om met papa herenigd te worden. Je andere grote liefde. Je liet het niet merken, maar ik zag hoe moe je was. Toch zou je dit graag samen met mij hebben ondernomen, dit grote avontuur.

 

Genietend van de variatie aan mooie landschappen die we passeren vorderen we langzaam maar gestaag. Onderweg haken mensen af die hun bestemming reeds bereikt hebben maar voor mij gaat de reis verder door bergen en dalen door weer en wind. Het kleine groepje Frankrijkreizigers trekt me mee wanneer ik aan het einde van mijn krachten ben en praat me moed in door te vertellen over het mooie land waar mijn nieuwe toekomst zich zal ontvouwen. Mama, alles komt goed met me.

Onschuld

Lucretia is nog laat buiten. Even blijft haar blik rusten op de maan die bijna zijn volle omvang bereikt heeft. De onrust weigert haar lichaam te verlaten en spoort haar aan verder te zoeken. Wanneer ze Katrusch nu niet vindt dan is het onontkoombaar dat er iets met haar levensgezel gebeurd is. Dat niet zij maar haar zwarte kat het eerste slachtoffer zou zijn van laag bijgeloof en laster. Dit keer kan haar kater niet, zoals weleens gebeurt, slechts een nachtje met zijn witte vriendin op pad zijn, ze mist hem nu te lang. Lucretia trekt haar hoofddoek naar beneden maar de wind blijft eraan rukken, alsof hij haar wil ontmaskeren. Kou dringt haar lichaam binnen en houdt de angst gezelschap. Alles wat ze in zich heeft gebruikt ze om scherp te blijven in haar zoektocht, maar wanhoop neemt steeds verder bezit van haar. Roepen is gevaarlijk. Je weet nooit welk volk op dit tijdstip de paden bewandelt. Elk geluid dat uit de struiken langs haar route komt probeert ze voorzichtig te analyseren in menselijke of dierlijk. Wanneer Lucretia haar voeten niet meer voelt en op pure wilskracht verder lijkt te zweven, geeft ze het op en keert terug naar haar hut. Ze rolt zichzelf op rond de resten van het vuur. Oude spreuken beroeren de rest van de nacht haar lippen. In de ochtend voelt ze aan de warmte bij haar buik dat Katrusch al een tijd terug is. De oude kater opent één oog en begint te spinnen, hij zal er altijd voor haar zijn.

 

Op weg naar de markt voor nieuwe kruiden, loopt ze voorzichtig achter een samengeschoolde groep mensen langs. Hun gezichtsuitdrukkingen maken haar bang. Opgewonden woorden bereiken langzaam haar bewustzijn.

 

‘Stel je voor, oude Bertje, net zo lang belaagd tot ze haar valse tong eindelijk heeft ingeslikt.’

'Ja, dit keer hebben kwaadaardige roddels alleen haarzelf de kop gekost.'

'Wat zou er in godsnaam gebeurd zijn?'

‘Heb je haar gezien? Ze zag er verschrikkelijk uit, alsof de duivel zelf het leven uit haar gekrabt en gebeten heeft.’

 

Op hetzelfde moment schijnt de zon haar eerste stralen op een witte kat die lui voor het huis van het ongelukkige slachtoffer ligt. Het beest blijft haar poten likken tot er slechts onschuld rest.

Hoe zwart is de lucht

Hoe zwart is de lucht, van Anouk

 

En ik mis me zelf in alles wat ik doe

En ik wil het terug maar zou niet weten hoe

Zwart is de lucht

Jij maakt mij

In een vloek en een zucht

In iets wat ik niet wil zijn

Ik wens met de maan

Samen onder te gaan

 

Na de zoveelste relatie was ik voor het eerst helemaal alleen. Op mijzelf teruggeworpen en ik wist zeker dat ik dat niet aan zou kunnen. Op zoek naar mezelf en niet meer naar iemand anders, die de gaten op moest vullen. De gaten waar ik zo bang voor was om te onderzoeken. Die ik jarenlang volgestopt had met mannen, junkfood, drank, televisie, angst en strijd.

 

‘Vrouwtje toch, je bent zwaar depressief, ik zie geen andere optie dan dat ik je antidepressiva voorschrijf en dat je een goede psycholoog zoekt om je verder te helpen’ zei de huisarts, toen ik mijn bloed wilde laten prikken omdat ik zo ongelooflijk moe was. Zo moe dat ik ontslag had genomen en van mijn spaargeld leefde.

 

Met het recept en een lijstje met mogelijke psychologen onder mijn kussen, kroop ik mijn bed in en kwam er alleen maar uit om online boodschappen te bestellen. Ik zakte steeds dieper weg in de blubber en de laag rottende planten werd steeds zwaarder. Mijn eindeloos in elkaar overgaande dromen brachten herinneringen terug aan mijn kindertijd. Herinneringen die op de bodem van de gaten begraven waren, lang geleden. De enige manier om te overleven, om dat kleine meisje te beschermen tegen alle kilheid en onveiligheid. Ik trok de deken nog iets verder over mijn hoofd wanneer mijn klamme kussen mij weer koude rillingen bezorgde.

 

Op een dag sta ik op en voel me herboren. Als een tornado ga ik door mijn flat en stop pas als alles schoon, fris en gezuiverd is. Alle restanten van mijn verleden die geen functie meer hebben stop ik in vuilniszakken, die ik in mijn schuurtje bewaar omdat ze niet in één keer in de grijze bak passen. Rustig kijk ik rond vanaf mijn bank en neem kleine slokjes van mijn groene thee. Nieuwe ideeën borrelen op vanuit mijn buik. Ik moet opnieuw leren lopen, maar ik leef weer.

Brandende hars

De sparrentakken vatten langzaam vlam en waar het vuur de harsplekken beroert brengt de aangename geur die zich verspreidt me terug in de tijd. Eerst was er de pijn en toen kwam de vreugde. Een gevoel dat me nooit meer verlaten heeft in de wetenschap dat jij in mijn leven bent, elke dag opnieuw.

 

In mijn kleine hut waar de vroedvrouw het vuur extra hoog had opgestookt was ik na de pijn niet langer alleen. De pijn die begon toen de schout mij kwam melden dat je lichaam eindelijk gevonden was. Je mooie, sterke lichaam waar nu nog weinig van over was kon ik nu, samen met de herinneringen, begraven in gewijde aarde. Het enige tastbare wat je me had nagelaten was het kleine wezentje diep in mijn binnenste dat nu naar buiten wilde om me te troosten.

De geur van brandende hars drong mijn neus binnen toen de vroedvrouw je op mijn borst legde en ik mijn wang tegen je natte hoofdje drukte. Mijn jongetje, nieuw leven, een nieuw begin. Je lijkt op je vader.

 

Daar sta je, ineens zie ik je. Wat word je al groot, een man bijna. Ze dwingen je om te kijken. De gestoorde, uitgelaten massa, die als één groot monster staat te schreeuwen, dwingt je om daar onderdeel van te zijn.

‘Brand, heks, brand tot in de hel.’

Tot het laatste moment blijf ik je blik vasthouden en zie dat het goed is, dat ik mijn liefde aan je heb doorgegeven.

Vrij

Deze uitdaging is een afsluiting en een nieuw begin. Als je mij gevraagd had of ik dit ooit zou doen had ik gelachen en gezegd:

‘Nee hoor dat staat niet op mijn bucketlist.’

Nu is het juiste moment om het alsnog te doen, bedoeld om het leven te testen, om te kijken of ik het wel echt verdien.

 

De dag waarop de dokter zei: ‘Gefeliciteerd mevrouw, u bent helemaal vrij,’ lijkt langer geleden dan hij in werkelijkheid is. Een medisch wonder. Tegen alle verwachtingen in heeft dit kasplantje zijn wortels weer diep in de verse vruchtbare aarde gestoken en is terug naar het licht gegroeid. De angst die er altijd diep in mij was, is met de ziekte verdwenen. Op alle momenten waarop ik bijna niet meer verder kon, bleef het stemmetje in mijn hoofd, me pushen om door te gaan en nooit op te geven.

 

En hier ben ik dan, vandaag sta ik aan de rand van een nieuwe onpeilbare diepte. Een diepte die ik hierna nooit meer hoop te ervaren, afsluit met deze nieuwe daad van grote moed. De instructeur steekt zijn duim omhoog en wacht tot ik hem met hetzelfde gebaar beantwoord. Mijn hoofd zegt nee, maar mijn duim trekt zich daar niets van aan en gaat sneller dan ik zou willen de lucht in. Even voel ik de hand van de instructeur als een laatste aansporing in mijn rug en dan ben ik vrij. Ik spreid mijn armen en benen en geef me volledig over. De watten in mijn hoofd, die na de laatste chemo nog niet volledig zijn opgelost, lijken nu in versneld tempo mijn hoofd uit te waaien. Ik trek op tijd aan het touwtje, maar waar ik een rood witte hemel verwacht te zien blijft deze blauw. Niets gaat in mijn leven zoals het hoort denk ik laconiek en trek aan het tweede touwtje. Zou ik verkeerd gegokt hebben en alsnog mijn laatste leven verspeeld hebben met deze onverantwoordelijke daad? Als ik mijn stijf dichtgeknepen ogen even open zie ik een aandoenlijk, dik engeltje naast me opduiken.

‘Dit is je laatste beproeving, Anneke, beloofd, haal diep adem en ontspan, nu!’

 

Mijn hoofd is leeg als mijn tengere lichaam zich als een speld in de hooistapel boort.

Lichtpuntje

Ik tel tot tien, wie niet weg is, is gezien. Je weet waar ik zit, mama, maar je ziet me niet. De uitgang is nog dicht. Ik blijf nog even op mijn verstopplekje tot ze me komen halen. Nog twee weken rust op mijn donkere holletje, zodat ik mijn licht nog een beetje kan sparen. Als ik straks in volle glorie naar buiten treed, mama, dan zal ik mijn licht in alle felheid op je richten. En op papa natuurlijk. Jullie verdienen het om in het zonnetje gezet te worden.

 

Ik heb deze ouders uitgekozen omdat ze niet weten hoe bijzonder ze zijn. Nu op dit moment worden ze nog volledig in beslag genomen door de harde eisen die de maatschappij aan ze stelt. Ze betalen alle belastingen op tijd, werken hard, klagen niet, nou ja af en toe wel een beetje, maar dat is menselijk. Modelburgers, dat zijn ze. De perfecte werknemer, buur, zoon, dochter en zo kan ik nog wel even doorgaan.

 

Maakt het jullie gelukkig, papa en mama om zo perfect bezig te zijn? Ik heb jullie nou zo’n negen maanden in de gaten gehouden en ik vind van niet. Dat zal mijn taak worden, jullie over te halen om je haren los te gooien, gezicht in de wind en te voelen wat het is om echt te gaan leven. Jullie hebben al te lang in het reuzenrad meegerend. Het is tijd. Tijd voor vrijheid, voor vreugde.

 

Ja natuurlijk zijn ze bang, die nieuwe ouders van me, want er is ten slotte een kleintje op komst en dat is een hele verantwoordelijkheid. Wat kost dat allemaal niet. Het begint al met de luiers. Ja, en die crèche is tegenwoordig ook niet meer te betalen.

Jullie schouders kunnen nog wel wat extra kilootjes dragen, dat geloof ik zeker. De vraag is of jullie dat ook echt willen. Ik denk het niet, eigenwijs als ik nu al ben. Zodra ik er ben ga ik als een waanzinnige mijn licht jullie kant op seinen. Net zo lang tot jullie vertederd wegsmeltend de waarheid in mijn ogen zien en tegen elkaar zeggen:

 

‘We verkopen de boel, nemen ontslag, kopen een camper en trekken de wereld in.

Als nieuwe hippies gaan we met onze kleine meid het licht en de liefde verspreiden.

We dansen met de seizoenen en weten dat het goed is.’

Verstopt