NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Lievelingslied

De kist schoof langzaam naar achteren. De klanken van haar moeders lievelingslied begeleidden de onomkeerbare aftocht. De langgerekte uithalen van de zangeres deden nog een laatste poging om door de gesloten deuren heen te dringen, voordat ze definitief het zwijgen werden opgelegd. Net als haar moeder. Het was Anne nog niet gelukt om de stem van haar moeder uit haar hoofd te krijgen. Elke nieuwe nacht was een variatie op dezelfde nachtmerrie. Moeder bleef maar praten, terwijl haar eigen mond alleen geluidloos bewoog.

'Wil je me nu alsjeblieft met rust laten mama', fluisterde ze in haar gevouwen handen.

 

De mevrouw van het hospice had haar, de enige dochter, dagelijks gebeld. Elke keer als haar telefoon trilde, voelde ze een warme gloed naar haar wangen trekken. Alsof haar doodzieke moeder elk moment de telefoon uit de hand van haar begeleidster zou rukken om haar dochter op haar plichten te wijzen. Ze nam ieder gesprek aan met een kort ‘ja’, hopend dat het de laatste keer zou zijn. Met moeite luisterde ze naar de zachte stem van de vrijwilligster. Bij die stem hoorde het onbegrip dat ze in de ogen van de vrouw had gelezen bij hun kennismaking.

‘Wat fijn dat u mijn moeder wilt begeleiden in de periode die nog voor haar ligt’, had Anne zichzelf bij het afscheid gedwongen te zeggen.

 

Voor de afscheidsmuziek had ze tante Greet gebeld, haar moeders oudste zus. Anne wist niets van haar moeder. Geheugensporen uit haar kindertijd waren al lang gewist. De spaarzame persoonlijke wetenswaardigheden kwamen van horen zeggen. Haar moeder praatte veel, maar nooit over zichzelf. Niet echt.

‘Maar Anne, je weet toch nog wel dat Ich bin wie du je moeders lievelingslied was. Dat zong ze toch vaak?’, vroeg tante Greet verbaasd.

‘Ach ja. Sorry tante. Ik was het vergeten.’

 

Een koele hand op haar wang, bracht haar terug in het huidige moment. Even zocht ze troost in die eenvoudige aanraking. Vanachter haar donkere bril liet ze haar blik vluchtig over het vertrouwde gezicht glijden. Tante Greet, de enige die haar echte pijn begreep. Anne stond op om naast haar tante achter de menigte aan te lopen.

Ze voelde enkele haren pijnlijk samenspannen tussen haar gevlochten knot en zachte huid en probeerde ze los te trekken. Haar nek knakte twee keer toen ze hem voorzichtig bewoog. Iedereen zou haar kalmte wijten aan de juiste dossering valium.

Twee maanden geleden, toen haar moeder urenlang aan de telefoon had gehangen, was het gebeurd. Toen voelde Anne iets dat ze niet kende vanuit haar tenen naar boven kruipen. De laatste woorden van haar moeder hadden een knop omgezet in haar hoofd. Het adres van het hospice was in de prullenbak beland.

Anne nam haar plek in de rij voor het handen schudden in, rechts van tante Greet. Morgen ging ze háár lievelingslied zingen. Heel hard. Elke dag opnieuw. ‘Ik ben niet als jou mama.’