NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Onderhuids

‘Later deze week krijgt de zon de overhand,’ ze drukt het geluid weg en luistert ingespannen of ze iets kan opvangen van wat zich boven afspeelt. Freek heeft weer het ‘Acht uur journaal’ gemist. Het begint een gewoonte te worden. Gisteren is hij naast Anne in slaap gevallen, lag ze liefdevol opgekruld in zijn armen, haar kleine wangetje gedraaid, tegen zijn magere, scherpe gezicht. Meestal kan hij niet stoppen met vertellen, gaat hij nog door, zonder te merken dat zijn dochter al lang niet meer luistert. Het is stil boven. Haar hand rust op de afstandsbediening, klaar om het volume weer in werking te stellen. Van boven klinkt een doffe bons. Haar adem schiet omhoog langs haar borst, blijft even steken in haar keel. In een paar seconden staat ze in Anne’s kamertje. Zuigt haar adem naar binnen, samen met de gil die naar buiten wil. Haar ogen flitsen van haar slapende dochter naar de andere hoek van de kamer, naar de haak, waar nog zo kort geleden de schommelwieg heeft gehangen. Daar hangt Freek. Zijn gezicht paars verwrongen. De benen bewegen nog. Hoe vaak heeft ze dit gedroomd? Haar lichaam verstijft: Nee Freek... waarom zo? Ze dwingt zichzelf in actie te komen en knipt het mes open dat altijd bij haar is. In één beweging zet ze de stoel op zijn poten. Stapt omhoog. Omklemt het lange magere lichaam. Snijdt het touw door. Voor de tweede maal valt de stoel samen met twee wanhopige lichamen. Anne droomt verder. Freek ademt weer. Zacht sluit ze de deur en belt het alarmnummer.

 

‘Mama ik ben verliefd. Hij heet Freek en hij is geniaal.’

‘Ach wat heerlijk voor je lieverd. Ik dacht al, schijnt de zon nu de hele tijd op dat mooie gezichtje? Nu snap ik het. Hier is je thee. Wat moet ik over hem weten?’

Het studentenleven valt haar zwaar. Ze mist haar moeder. Elke dag bellen ze even. Het is vanzelfsprekend dat ze ook psycholoog wil worden. Haar moeders carrière is ingeprent in haar DNA, geen ontkomen aan. Als ze Freek ontmoet volgen er voor het eerst dagen, waarop haar moeder niet in haar hoofd zit. Dagen vol van zorgeloos lachen, wedstrijd in wie het gekst is. Ze kan nooit winnen van Freek. Bundels energie, die uit elke porie naar buiten stromen. Hij besmet haar met geluk in die eerste kostbare maanden, kruipt onder haar huid.

‘Niet kijken konijntje, het is een verrassing,’ fluistert Freek in haar oor. Stiekem gluurt ze even tussen haar lange wimpers, een glimp van een heerlijke mond, grote pupillen. Dan zoekt ze het duister onder de deken op. Met een ruk ligt ze ineens kwetsbaar koud en bloot op het nog warme matras. Freek toornt boven haar uit, staat bij haar voeten, de deken als een cape boven zijn hoofd. Rillend kijkt ze naar het levende standbeeld, de versteende oogleden. Een brul verbreekt de stilte. Het standbeeld stort naast haar neer, kust haar kippenvel weg.

‘Wat is de verrassing nou?’ bedelt ze. Ze kijkt de blote billen na die de kamer verlaten.

‘Kijk konijntje, ben je trots op me?’

Ze komt half overeind, kijkt schuin omhoog naar het kleine jongetje dat ineens naast het bed staat. Met zijn ene hand legt Freek zijn propedeuse Rechtsgeleerdheid op haar schoot. De andere reikt naar het plafond met een fles champagne; een autosleutel bungelt aan een roze lint om de hals. Ze leunt tegen het zachte leer, snuift de geur op van nieuw, nog nooit gebruikt.

‘Freek, doe je voorzichtig. Je hebt net champagne gedronken. Die auto is eng nieuw.’

‘Niet zeuren nu Sandra. Alsjeblieft. We gaan naar mijn papa de beroemde advocaat. Ik ga hem mijn al mijn schatten laten zien. Misschien is hij trots op me. Wat denk jij?’

 

Dat eerste bezoek aan haar schoonvader heeft een onverwoestbaar paaltje in haar geheugen geslagen. In de uitbundige aanwezigheid van de vader herkende ze de zoon. Twee boksers te druk met opwarmen aan hun eigen kant van de ring. Nog niet klaar voor het echte gevecht.

‘Dag Sandra. Ik hoop dat je weet waar je aan begint.’ Dezelfde charmante lach.

‘Je hebt een goede smaak jongen. Verpruts het niet.’ Ogen zonder warmte in een korte omhelzing. ‘De auto blijft hier. Ik zet er een mannetje op om het contract te ontbinden. Probeer geen domme dingen meer te doen. Hier is geld voor een taxi.’

Thuis houdt ze hem in haar armen. Urenlang.

‘Die klootzak. Er staan alleen maar tienen op en hij ziet het niet eens. Hij bleef maar opscheppen tegen je. Het ene succes na het andere. Koop ik mijn eigen cadeau, omdat ik het van hem niet krijg. Pakt hij dat ook nog van me af. Zag je die arrogante kop?’

Luide verontwaardiging glijdt langzaam weg in lange verdrietige stilte. Ze blijft zijn tranen drogen tot de tissues uit de beschilderde box naast het bed op zijn.

 

‘Pa, met mij Sandra. Wil je alsjeblieft zo snel mogelijk naar het Academisch Ziekenhuis komen. Het is helemaal mis met Freek. Hij heeft je heel hard nodig nu.’

Zwaar rust haar hoofd op de witte ruitjes van de ziekenhuisdeken. Haar armen breed uitgespreid over het lichaam eronder. Ze staart naar de slangetjes waar de levenssappen doorheen lopen. Ze heeft gefaald.Een stevige arm om haar schouder wekt haar. Een vleugje bekende aftershave, lippen die even zacht op haar huid rusten. Ze vlucht in de beschermende armen van Freeks vader.

‘Ach meisje, het spijt me zo. Ik had het eerder moeten vertellen, maar ik gunde jullie onbezorgd geluk. Ik wilde niet zien dat hij het ook heeft. Is alles goed met Anne? Er zijn goede medicijnen. Het is niet makkelijk, maar het kan. Ik zal met hem praten. Het komt goed als hij naar me luistert.’

Ze loopt naar de deur. Kijkt nog even achterom. Naar de plek die haar schoonvader ingenomen heeft.

 

 

 

 

Manisch depressiviteit is niet alleen erg ingrijpend voor degene die ziek is, maar ook voor de omgeving. Vaak wordt er niet over gesproken

.