NYCEWAY

Nynke Cevik

 

LIEFDE BEN JE DAAR ALTIJD AL

 

LEESVOER VOOR HART EN ZIEL

Beste mevrouw Verbaan,

 

Graag zou ik een afspraak met u willen maken. Het team maakt zich al een tijdje zorgen over Suzanne. Aan haar schoolprestaties is het niet te zien, maar er is iets niet in orde met haar. Verschillende leraren hebben aangegeven dat ze geen werkelijk contact meer met Suzanne kunnen maken. We hebben haar fantasie en haar schrijftalent altijd aangemoedigd, maar het lijkt of ze haar grip op de werkelijkheid aan het verliezen is. Misschien herkent u dit als moeder ook? Haar laatste opstel heeft ons team geschokt. We benaderen u als eerste, maar stelt u de vader van Suzanne ook op de hoogte. Wilt u zo spoedig mogelijk contact opnemen.

 

Met vriendelijke groeten,

 

Hans Rooijackers

 

Hoe kan die fles op het aanrecht nu al leeg zijn? Sinds wanneer kan ik mij het genot van een laatste glas wijn niet meer herinneren? Snel pak ik een nieuwe fles, de laatste alweer. Bijna had ik er zo een slok uit genomen, maar ik beheers me en pak een glas. Er is iets vreemds aan Suzanne. Heb ik haar te veel aan haar lot overgelaten na de scheiding? Ach het is voor ons allemaal niet makkelijk. Ze haalt goede cijfers. De wijn draait rond over mijn tong. Langzaam slik ik door. Wat had ik daar een zin in. Een goed glas wijn. Terug achter de computer breng ik mijn adem met drie diepe teugen naar mijn buik en typ een kort antwoord. Zeg maar wanneer. Ik heb tijd.

 

Het ongecensureerde opstel van Suzanne krijgt een tweede kans. ‘Oorlog, zin of waanzin?.’ Pittig onderwerp. Nerveus grijp ik mijn bril en gluur over de brede rand. Knappe vent die mentor van Suzanne. Geen type voor dit werk eigenlijk. Net een acteur met die mooie kop haar en donkere blik. Langzaam glijdt een warme golf vanuit mijn borst naar mijn wangen Hans lacht me toe en stapt terug in zijn professionele rol. Snel beginnen met lezen dan maar. Ik zou een moord doen voor een glas wijn. Straks niet vergeten langs de supermarkt te rijden. Serieus nu. Lees dat opstel. Geef de mentor een verklaring dat het allemaal wel meevalt. Dan ben je er vanaf. Met toenemende verbijstering neem ik de drie a4’tjes in me op. Een onzichtbaar persoon achter me trekt de zwarte band om mijn hoofd steeds strakker aan. Mijn hart klopt in mijn hele lichaam, het wil vechten en vluchten. Snel leg ik de blaadjes neer, bang dat de letters zullen vervagen door de aanraking van mijn natte handen. Even blijven mijn ogen rusten op de laatste zin: ‘zoek altijd naar het goede achter de waanzin.’ Dan kijk ik langzaam op, recht in een paar begripvolle donkere ogen. Het beeld van mijn lieve kleine meisje flits aan en uit, vertroebelt mijn blik.

‘Is dit een grap?’ hoor ik mezelf zeggen.

‘Weet je zeker dat dit het opstel van Suzanne is, of heeft iemand anders haar naam gebruikt?’

‘Mevrouw Verbaan, ik kan u verzekeren dat dit het werk van Suzanne is, we hebben haar er uiteraard eerst zelf mee geconfronteerd. Zij is er van overtuigd dat haar opstel geniaal is. Heeft u enig idee hoe uw dochter aan die extreme denkbeelden komt? Hoe kan een blank meisje uit een keurig nest een pleidooi voor het terrorisme van IS schrijven? U moet iets aan haar gemerkt hebben, dat gaat toch niet van de ene op de andere dag. Het is verstandig met haar een afspraak bij een psycholoog te maken. Misschien lijdt ze aan wanen. Bent u bekend met drank of drugsgebruik bij uw dochter? Bespreek dit met u ex-man en bepaal samen wat de volgende stap moet zijn. We hebben besloten Suzanne een paar dagen te schorsen van school totdat er meer duidelijk is.’

 

Mijn dochter geschorst van school? Is de laatste tijd niet te veel bij Mesut? Hoe goed ken ik die jongen eigenlijk? Ik hoop dat ze thuis is. Met bonzende slapen rijd ik zo snel het verkeer het toelaat naar huis. Suzanne leunt tegen de bank, breekbaar klein. Ik bedwing de neiging haar troostend in mijn armen te nemen. Het is onmogelijk dat zij het is. De persoon van wie ik net een walgelijk betoog gelezen heb. In een paar stappen ben ik bij haar en trek haar omhoog.

‘Mama, wat doe je? Dat doet pijn. Laat me los!’ Ze probeert zich aan mijn greep te ontworstelen en ik zet mijn nagels nog steviger in haar blote arm.

‘Moet je me iets vertellen dat ik niet weet?’ begin ik. Mijn stem trilt en ik slik een paar keer om het slijm in mijn keel niet meer te voelen. Ik staar haar aan. Het lijkt wel of ik haar voor het eerst in weken goed zie. Haar donkere ogen vormen een scherp contrast met haar witte huid. De blauwgrijze wallen eronder zijn vandaag niet verstopt onder een laag make-up. Gaat het wel goed met haar? Ik laat haar los en duw haar terug op de bank.

‘Suzanne, ik wacht op antwoord.’ Ineens voel ik weerzin tegen mijn eigen kind zoals ze daar zit. Slungelig met omlaag hangende schouders in een oud shirt en joggingbroek met knieën. Agressief kijkt ze me aan, een blik die ik niet van haar ken. Iets in die ogen roept een onpeilbare angst in me op. Beschermend kruis ik mijn armen voor mijn borst.

‘Wat wil je horen dan? Maandenlang ben je alleen met jezelf bezig en nu bemoei je je ineens met mij.’

Mijn hart laat weer van zich horen. Ik slik een golf van misselijkheid weg.

‘Een brutale mond hoef ik niet van je te pikken, het gaat nu over jouw gedrag en niet over mij. Heeft het iets met Mesut te maken. Brengt hij zijn radicale ideeën op jou over? Ik wil dat je het contact met hem verbreekt. Die jongen heeft al veel te lang een slechte invloed op je.’

‘Hoe kom je daar nou ineens bij, mens. Je hebt nog nooit kritiek op Mesut gehad. Je kent hem al vanaf de kleuterschool en nou deugt hij ineens niet? Wordt toch eens wakker. Misschien moet je stoppen met die wijn van je. Kan je weer nuchter nadenken. Ik ben niet de dromer hier in huis. Kijk maar eens goed naar jezelf. Je merkt niet eens dat ik de helft van je dure wijn door het putje spoel.’ Haar woorden slaan als vuisten in mijn gezicht. Het spiertje bij mijn oog begint te trillen. Als een razende spring ik op haar af en trek haar opnieuw omhoog van de bank. Ze kijkt op me neer, uitdagend en zonder angst. Met mijn laatste kracht probeer ik me te beheersen. Geen dingen doen waar ik later spijt van krijg. Ik haal diep adem.

‘Je gaat nu naar je kamer en komt er pas uit als je met een zinnige verklaring komt voor dat walgelijke opstel dat je geschreven hebt. Hoe haal je het in je hoofd om die monsters te verdedigen? Je kan maar beter met een goede uitleg komen, want anders zal je leven er vanaf nu niet meer zo makkelijk uitzien.’

Suzanne rukt zich los en begint langzaam achteruit naar de deur te lopen, behoedzaam als een dier in de val. Ineens begint ze hysterisch te gillen.

‘Kutwijf, ik haat je.’

De deur knalt hard in het slot. Ik staar er een hele tijd naar. De woorden van Hans blijven rondjes marcheren door mijn hoofd; psycholoog-drugs-alcohol-wanen-keurig nest.

 

Bezweet loop ik de tuin in en laat me op het gras vallen. Ik maak mezelf zo klein mogelijk. Een enorme angst omringt me. Wanneer ben ik mijn dochter kwijtgeraakt? Wat is er toch met me de laatste tijd? Is er nog iets echt in mijn leven? Ik moet met de ouders van Mesut gaan praten. Of zij iets vreemds hebben gezien bij hun zoon de laatste tijd. Hoe komt een kind op die leeftijd ineens aan zulke radicale ideeën. We hebben toch altijd geprobeerd de juiste normen en waarden op ons kind en haar vrienden over te brengen. De scheiding is niet goed voor haar geweest. Is dat een verklaring voor haar metamorfose? Morgen ga ik een therapeut bellen. Ik heb er veel te lang mee gewacht. Zelf kan ik ook wel wat hulp gebruiken. Alles komt weer op mijn schouders terecht. Waarom heeft die mentor niet eerst haar vader gemaild. Of erger nog, waarom ben ik naar school gegaan, ik had die lamlendige zak van een ex het moeten laten oplossen. Ik kan niet meer helder nadenken. Dat gebonk in mijn hoofd moet stoppen. Als Suzanne beschadigd is dan is het allemaal zijn schuld. De zin en waanzin van oorlog? Breek me de bek niet open. Die hele rotscheiding van ons kan er zo model voor staan. Hoe vaak is dat arme kind getuige geweest van dingen die ze helemaal niet had mogen zien en horen? Ik heb het koud, zo verschrikkelijk koud. Dat gebonk moet nu ophouden. Gek word ik ervan. Ik rol mezelf nog kleiner op.

 

Een warme ademteug in mijn nek brengt me terug in de realiteit. Suzanne is aan komen sluipen en heeft zich stevig om me heen gekruld.

‘Mama lief, je haalt je allemaal rare dingen in je hoofd. Misschien ben je een beetje overwerkt? Je bent de laatste tijd dag en nacht aan het schrijven. Dan zie je het niet meer zo helder. Dat opstel was eigenlijk meer een soort grap. Ik wilde proberen in de huid van iemand anders te kruipen. Ik had niet verwacht dat het voor zoveel ophef zou zorgen. Mesut heeft me geholpen met schrijven en we hebben erg gelachen samen. Net alsof we voor één dag twee criminelen waren. Zoals Bonnie en Clyde, weet je wel? Kom mammie niet meer huilen. Ga mee naar binnen dan schenk ik een lekker glaasje wijn voor je in. Morgen gaan we samen naar school en dan leg ik alles uit. Het komt goed mammie. Ik ga nu even naar Mesut. Goed? Ben voor het eten thuis. Kusje, ik hou van je.’

 

Golven opluchting overspoelen me langzaam, terwijl de wijn in mijn glas druppelt. Snel boek ik de reis die ik samen met Suzanne wil gaan maken om een nare periode definitief af te sluiten. Straks zal ik haar verrassen nu eerst lekker op de bank, even de ogen sluiten. Hopelijk heeft ze net zo veel zin in dit avontuur als ik. Als ik wakker schrik is het al donker. Mezelf op een elleboog omhoog werkend reik ik naar de schemerlamp achter de bank en knip hem op de tast aan. Een roze enveloppe glijdt op de grond en schuift een stukje verder van me vandaan over het parket. Ik kan er nog net bij. Er zit een foto in. Het lijkt op een trouwfoto. Suzanne en Mesut in nette kleding. Ik draai de foto om.

 

Mam, het spijt me, maar dit is wat God wil. We gaan als man en vrouw naar Syrië om het goede in de waanzin te zoeken. God zal jouw leven ook zin geven. Je allerliefste dochter Suzanne.

‘Mam heb je zin om dit te lezen? Ik moet het morgen inleveren.’

‘Als je het niet erg vindt kind, je oude moeder gaat nu naar bed. Je hebt mij niet nodig om een goed cijfer te halen.’

Ik knijp haar kort in de schouder. Wat heerlijk om nog achttien te zijn. Je lichaam op zijn allermooist en een hoofd vol idealen. Mijn mooie dochter, een hertje in een groot geheimzinnig bos. Dromend en fantaserend gaat ze door het leven. Met haar onbevangen, zuivere blik op de wereld schrijft ze het ene na het andere unieke verhaal. Altijd op zoek naar een groot publiek. Ze heeft het niet van een vreemde in ieder geval. Door een kier in de deur gluur ik nog even naar haar.

Een nieuwe mail bliebt mijn laatste concentratie weg. De nieuwsgierigheid wint het weer eens van de discipline. Ik lig hopeloos achter op mijn schema. Even pauze dan maar. Een mail van school zie ik.

Verhuld